1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het conflict
3) Repressie tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging in Baskenland
4) ETA
-
Baskische politieke gevangenen
Het Spaanse Hooggerechtshof spreekt halverwege oktober 3 van de 13 personen
vrij die bijna een jaar vastzaten op beschuldiging van "lidmaatschap en medewerking
met ETA". De motivatie voor de vrijspraak luidt als volgt: "Het delict van
samenwerking met een gewapende bende, organisatie of groep vereist dat het
aandeel van de persoon in kwestie objectief relevant is. Ook is het noodzakelijk dat
voldoende omschreven wordt wat de exacte daad van samenwerking is, zonder
onduidelijkheden of vaagheden. Het is niet de ideologische instemming, noch het
verder zetten van politieke of ideologische objectieven, maar de werkelijke en
bewezen bijdragen aan de gewapende organisatie die bepalend zijn." Een van hen,
Inaki Ramos, werd in eerste instantie veroordeeld omdat hij een vermeend ETA-lid
naar de bushalte had begeleid.
Op 18 oktober wordt de Frans-Baskische politieke gevangene Unai Parot, die in 1990
werd opgepakt in een bestelwagen met 300 kilo explosieven en tot 30 jaar werd
veroordeeld, tot nog eens 11 jaar veroordeeld wegens het schrijven van een,
overigens anonieme, brief aan 2 vermeende ETA-leden waarin hij hen tot aanslagen
zou hebben aangezet. De zaak van Parot is uitgegroeid tot een begrip en de term
`Parot-doctrine´ wordt aangeduid voor pogingen van de Spaanse justitie om
Baskische politieke gevangenen die dreigen vrij te komen (Parot zou in 2011 aan de
beurt zijn) toch in de gevangenis te houden door hen nogmaals te veroordelen
wegens `lidmaatschap van ETA´. Normaal gesproken kan iemand niet tweemaal
voor hetzelfde delict veroordeeld worden, maar dat is nu juist het bijzondere aan de,
nu al beruchte, `Parot-doctrine´.
-
Oplossing van het conflict
Alec Reid, de Ierse priester die betrokken was bij de vredesonderhandelingen met
de Spaanse regering van Zapatero, geeft zijn eerste interview sinds het mislukken
van die onderhandelingen. In de Gara en Berria van 6 oktober zegt hij:
"Het is een politieke waanzinnigheid." "Men kan niet zeggen dat Spanje een
democratie is. Het kan niet dat het linkse onafhankelijkheidsstreven, als onmisbaar
deel van een oplossing, zomaar verdwijnt. De beschuldigingen tegen de
gearresteerde Batasuna-leiders zijn georchestreerd, want hen wordt verweten een
vergadering gehouden te hebben en aan manifestaties deelgenomen te hebben. Ik
dacht niet dat dit ergens in Europa mogelijk zou zijn, op Turkije na misschien. Het is
een schending van mensenrechten. Bovendien worden de nationalistische
vertegenwoordigers als criminelen behandeld. Dit zou in Ierland of Engeland
ondenkbaar en onaanvaardbaar zijn. De Spaanse politiek is "doordrenkt van een
gebrek aan dialoogcultuur". Reid was er zich van bewust dat zijn "overpeinzingen"
in de Spaanse staat "niet in goede aarde zouden vallen", maar iedereen die naar
Spanje gaat zal mij gelijk geven. Reid herinnerde er nog eens aan dat hij zich steeds
heeft uitgesproken tegen het gebruik van wapens omdat hij er absoluut van overtuigd
is dat een dergelijk conflict nooit met wapens opgelost kan worden maar enkel door
dialoog en wel met een dialoog waarin alle partijen betrokken worden. En dit in
wederzijds respect. Een andere weg is er niet. Acties tegen ETA als deze en acties in
de straten zijn tot mislukken gedoemd. De werkelijkheid is dat je niet kan winnen
tegen een organisatie als ETA of het IRA."
"Het conflict kwam er toen de Grondwet tot stand kwam (na de dictatuur) waarin
niet erkend werd dat de Baskische gemeenschap eigen mensenrechten had waaruit
haar culturele, historische en politieke identiteit voortvloeide. In de Carta Magna
werden wel de rechten opgenomen van hen die zich Spanjaard voelden." "De enigen
die ETA ertoe zouden kunnen overhalen te stoppen zijn de leiders van Batasuna.
Niemand anders heeft de kracht of de invloed hiervoor. Wat de Spaanse regering
deed door ze aan te houden is politieke waanzin. De Spaanse Regering is niet
begiftigd met veel gemeenschapszin." "De radicale nationalisten zeggen dat de enige
weg richting vrede via onderhandelingen gaat. Dit is toch een erg democratische
houding."
Op 12 oktober demonstreren 10.000 Basken na een oproep van het ANV in Irunea
onder het motto `Wij voeren een permanente strijd voor de verdediging van de
rechten van de Basken en voor deelname aan het politieke leven´.
-
Repressie tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging in Baskenland
Op 1 oktober wordt de buitenlandwoordvoerder van Batasuna Joseba Alvarez, in
2004 nog spreker op een symposium over de Baskische kwestie in De Balie in
Amsterdam, in Donostia door de Spaanse politie opgepakt. Op last van
onderzoeksrechter Baltasar Garzon wordt ook zijn huis urenlang doorzocht. Alvarez
wordt het `herhaaldelijk organiseren van persconferenties´ en `deelname aan de
verboden demonstratie van 9 september´ (voor de rechten van Baskische politieke
gevangenen) ten laste gelegd. Op dezelfde dag wordt ook Oihan Agirre van
Askatasuna opgepakt, nadat vorige maand als woordvoerder Juan Mari Olana werd
gearresteerd.
Dan worden op 4 oktober, na een vergadering van Batasuna in Segura, alle 23
deelnemers gearresteerd nadat het dorpje hermetisch werd afgesloten door de politie.
Het gaat om Rufi Etxeberria, Joseba Permach, Mikel Zubimendi, Imanol Iparragirre,
Xabier Albisu, Egoitz Apaolaza, Iban Berasategi, Angel Elkano, Juan Joxe
Petrikorena, Marisa Alejandro, Aner Petralanda, Ana Lizarralde, Joana Regueiro,
Ibon Arbulu, Patxi Urrutia, Jon Garai, Juan Cruz Aldasoro, Arantxa Santesteban,
Asier Arraiz, Maite Diaz de Heredia, Maite Fernandez de la Bastida, Haizpea
Abrisketa en Jean-Claude Agerre.
In augustus 2002 schortte Garzon alle activiteiten van Batasuna op en sloot alle
partijkantoren, in 2003 stelde hij de partij buiten de wet en in januari 2005
beschuldigde hij de 36 bestuurders van Batasuna van `lidmaatschap van de politieke
arm van ETA´ en van onderdeel te zijn van `een politiek-gewelddadig complex,
ontworpen met de bedoeling de ondermijning en de verstoring van de openbare orde,
de zelfbeschikking van het zogenaamde Euskal Herria´.
Een dag later wordt het partijkantoor van de Baskische Communistische partij
EHAK, die met het Batasuna-programma 9 zetels (verkiezingen 2005) bezet in het
Baskische regioparlement, door de politie doorzocht en worden 14 computers, een
kluis en 85 vuilniszakken met documenten mee. In Zarautz werd het huis van de
gister opgepakte Joseba Permach doorzocht. Een medewerkster van de Baskische
krant Gara, Maite Diez Heredia, wordt gearresteerd. Opvallend genoeg zijn Pernando
Barrena en Marije Fullaondo, ook Batasuna-functionarissen, nog op vrije voeten.
De dagen erna gaan in verschillende steden en dorpen duizenden mensen de straat op
om te protesteren tegen de arrestaties. Op 7 oktober worden 17 van de 23 arrestanten
opgesloten op beschuldiging van het `meewerken aan de doelstellingen van ETA´ en
het `niet hebben van de wil het terroristische geweld te stoppen´. Twee inwoners van
Segura, die ook waren opgepakt, worden vrijgelaten. Egoitz Apaolaza, Haizpea
Abrisketa en Jean Claude Agerre moeten binnen een week ieder een borgsom van
24.000 euro betalen, Patxi Urrutia 10.000, anders worden ze alsnog opgesloten. Op
15 oktober wordt dan nog een lid (Asier Imaz) van het hoofdbestuur van Batasuna bij
het verlaten van zijn huis opgepakt. Hij werd gezocht sinds de massa arrestatie van 4
oktober.
Op de dag van het Spaanse ras, 12 oktober, is er een antifascistisch festival in
Donostia gepland, waar onder andere Fermin Muguruza zal optreden. De Spaanse
fascisten van de Falange willen ook demonstreren. De Baskische regiopolitie treedt
hard op tegen het antifascistisch festival, naar eigen zeggen om `uitlokking van
geweld tegen te gaan´ en verbiedt tegelijk alle andere manifestaties, behalve die van
de Falange. Deze riepen leuzen als `Baskische gevangenen naar de gaskamer´ en `De
gewapende Falange krijgt ETA wel klein´.
Op 15 oktober probeert de Partido Popular in het Spaanse parlement een
meerderheid te vinden om het ANV te laten verbieden, maar niemand steunt hen.
ETA; nasleep einde van het bestand
In Bilbao ontploft op 9 oktober een bom onder de auto van het socialistische
raadslid Juan Carlos Domingo. Zijn lijfwacht raakt gewond. De Spaanse minister
van justitie waarschuwt na de aanslag EHAK en de antifascistische partij ANV dat
zij met de grootste aandacht worden gevolgd.
Tijdens het eindvonnis tegen 28 verdachten van de aanslagen op 11 maart 2004
benadrukt de rechter nog eens dat ETA daar hoegenaamd niets (`geen enkel bewijs´)
mee te maken had.
|