Maandelijkse digitale BIC-Nieuwsbrief nr. 10, periode 1-31 oktober 2007

1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het conflict
3) Repressie tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging in Baskenland
4) ETA
  1. Baskische politieke gevangenen

    Het Spaanse Hooggerechtshof spreekt halverwege oktober 3 van de 13 personen vrij die bijna een jaar vastzaten op beschuldiging van "lidmaatschap en medewerking met ETA". De motivatie voor de vrijspraak luidt als volgt: "Het delict van samenwerking met een gewapende bende, organisatie of groep vereist dat het aandeel van de persoon in kwestie objectief relevant is. Ook is het noodzakelijk dat voldoende omschreven wordt wat de exacte daad van samenwerking is, zonder onduidelijkheden of vaagheden. Het is niet de ideologische instemming, noch het verder zetten van politieke of ideologische objectieven, maar de werkelijke en bewezen bijdragen aan de gewapende organisatie die bepalend zijn." Een van hen, Inaki Ramos, werd in eerste instantie veroordeeld omdat hij een vermeend ETA-lid naar de bushalte had begeleid.

    Op 18 oktober wordt de Frans-Baskische politieke gevangene Unai Parot, die in 1990 werd opgepakt in een bestelwagen met 300 kilo explosieven en tot 30 jaar werd veroordeeld, tot nog eens 11 jaar veroordeeld wegens het schrijven van een, overigens anonieme, brief aan 2 vermeende ETA-leden waarin hij hen tot aanslagen zou hebben aangezet. De zaak van Parot is uitgegroeid tot een begrip en de term `Parot-doctrine´ wordt aangeduid voor pogingen van de Spaanse justitie om Baskische politieke gevangenen die dreigen vrij te komen (Parot zou in 2011 aan de beurt zijn) toch in de gevangenis te houden door hen nogmaals te veroordelen wegens `lidmaatschap van ETA´. Normaal gesproken kan iemand niet tweemaal voor hetzelfde delict veroordeeld worden, maar dat is nu juist het bijzondere aan de, nu al beruchte, `Parot-doctrine´.

  2. Oplossing van het conflict

    Alec Reid, de Ierse priester die betrokken was bij de vredesonderhandelingen met de Spaanse regering van Zapatero, geeft zijn eerste interview sinds het mislukken van die onderhandelingen. In de Gara en Berria van 6 oktober zegt hij:

    "Het is een politieke waanzinnigheid." "Men kan niet zeggen dat Spanje een democratie is. Het kan niet dat het linkse onafhankelijkheidsstreven, als onmisbaar deel van een oplossing, zomaar verdwijnt. De beschuldigingen tegen de gearresteerde Batasuna-leiders zijn georchestreerd, want hen wordt verweten een vergadering gehouden te hebben en aan manifestaties deelgenomen te hebben. Ik dacht niet dat dit ergens in Europa mogelijk zou zijn, op Turkije na misschien. Het is een schending van mensenrechten. Bovendien worden de nationalistische vertegenwoordigers als criminelen behandeld. Dit zou in Ierland of Engeland ondenkbaar en onaanvaardbaar zijn. De Spaanse politiek is "doordrenkt van een gebrek aan dialoogcultuur". Reid was er zich van bewust dat zijn "overpeinzingen" in de Spaanse staat "niet in goede aarde zouden vallen", maar iedereen die naar Spanje gaat zal mij gelijk geven. Reid herinnerde er nog eens aan dat hij zich steeds heeft uitgesproken tegen het gebruik van wapens omdat hij er absoluut van overtuigd is dat een dergelijk conflict nooit met wapens opgelost kan worden maar enkel door dialoog en wel met een dialoog waarin alle partijen betrokken worden. En dit in wederzijds respect. Een andere weg is er niet. Acties tegen ETA als deze en acties in de straten zijn tot mislukken gedoemd. De werkelijkheid is dat je niet kan winnen tegen een organisatie als ETA of het IRA." "Het conflict kwam er toen de Grondwet tot stand kwam (na de dictatuur) waarin niet erkend werd dat de Baskische gemeenschap eigen mensenrechten had waaruit haar culturele, historische en politieke identiteit voortvloeide. In de Carta Magna werden wel de rechten opgenomen van hen die zich Spanjaard voelden." "De enigen die ETA ertoe zouden kunnen overhalen te stoppen zijn de leiders van Batasuna. Niemand anders heeft de kracht of de invloed hiervoor. Wat de Spaanse regering deed door ze aan te houden is politieke waanzin. De Spaanse Regering is niet begiftigd met veel gemeenschapszin." "De radicale nationalisten zeggen dat de enige weg richting vrede via onderhandelingen gaat. Dit is toch een erg democratische houding."

    Op 12 oktober demonstreren 10.000 Basken na een oproep van het ANV in Irunea onder het motto `Wij voeren een permanente strijd voor de verdediging van de rechten van de Basken en voor deelname aan het politieke leven´.

  3. Repressie tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging in Baskenland

    Op 1 oktober wordt de buitenlandwoordvoerder van Batasuna Joseba Alvarez, in 2004 nog spreker op een symposium over de Baskische kwestie in De Balie in Amsterdam, in Donostia door de Spaanse politie opgepakt. Op last van onderzoeksrechter Baltasar Garzon wordt ook zijn huis urenlang doorzocht. Alvarez wordt het `herhaaldelijk organiseren van persconferenties´ en `deelname aan de verboden demonstratie van 9 september´ (voor de rechten van Baskische politieke gevangenen) ten laste gelegd. Op dezelfde dag wordt ook Oihan Agirre van Askatasuna opgepakt, nadat vorige maand als woordvoerder Juan Mari Olana werd gearresteerd.

    Dan worden op 4 oktober, na een vergadering van Batasuna in Segura, alle 23 deelnemers gearresteerd nadat het dorpje hermetisch werd afgesloten door de politie. Het gaat om Rufi Etxeberria, Joseba Permach, Mikel Zubimendi, Imanol Iparragirre, Xabier Albisu, Egoitz Apaolaza, Iban Berasategi, Angel Elkano, Juan Joxe Petrikorena, Marisa Alejandro, Aner Petralanda, Ana Lizarralde, Joana Regueiro, Ibon Arbulu, Patxi Urrutia, Jon Garai, Juan Cruz Aldasoro, Arantxa Santesteban, Asier Arraiz, Maite Diaz de Heredia, Maite Fernandez de la Bastida, Haizpea Abrisketa en Jean-Claude Agerre. In augustus 2002 schortte Garzon alle activiteiten van Batasuna op en sloot alle partijkantoren, in 2003 stelde hij de partij buiten de wet en in januari 2005 beschuldigde hij de 36 bestuurders van Batasuna van `lidmaatschap van de politieke arm van ETA´ en van onderdeel te zijn van `een politiek-gewelddadig complex, ontworpen met de bedoeling de ondermijning en de verstoring van de openbare orde, de zelfbeschikking van het zogenaamde Euskal Herria´.

    Een dag later wordt het partijkantoor van de Baskische Communistische partij EHAK, die met het Batasuna-programma 9 zetels (verkiezingen 2005) bezet in het Baskische regioparlement, door de politie doorzocht en worden 14 computers, een kluis en 85 vuilniszakken met documenten mee. In Zarautz werd het huis van de gister opgepakte Joseba Permach doorzocht. Een medewerkster van de Baskische krant Gara, Maite Diez Heredia, wordt gearresteerd. Opvallend genoeg zijn Pernando Barrena en Marije Fullaondo, ook Batasuna-functionarissen, nog op vrije voeten. De dagen erna gaan in verschillende steden en dorpen duizenden mensen de straat op om te protesteren tegen de arrestaties. Op 7 oktober worden 17 van de 23 arrestanten opgesloten op beschuldiging van het `meewerken aan de doelstellingen van ETA´ en het `niet hebben van de wil het terroristische geweld te stoppen´. Twee inwoners van Segura, die ook waren opgepakt, worden vrijgelaten. Egoitz Apaolaza, Haizpea Abrisketa en Jean Claude Agerre moeten binnen een week ieder een borgsom van 24.000 euro betalen, Patxi Urrutia 10.000, anders worden ze alsnog opgesloten. Op 15 oktober wordt dan nog een lid (Asier Imaz) van het hoofdbestuur van Batasuna bij het verlaten van zijn huis opgepakt. Hij werd gezocht sinds de massa arrestatie van 4 oktober.

    Op de dag van het Spaanse ras, 12 oktober, is er een antifascistisch festival in Donostia gepland, waar onder andere Fermin Muguruza zal optreden. De Spaanse fascisten van de Falange willen ook demonstreren. De Baskische regiopolitie treedt hard op tegen het antifascistisch festival, naar eigen zeggen om `uitlokking van geweld tegen te gaan´ en verbiedt tegelijk alle andere manifestaties, behalve die van de Falange. Deze riepen leuzen als `Baskische gevangenen naar de gaskamer´ en `De gewapende Falange krijgt ETA wel klein´.

    Op 15 oktober probeert de Partido Popular in het Spaanse parlement een meerderheid te vinden om het ANV te laten verbieden, maar niemand steunt hen.

  4. ETA; nasleep einde van het bestand

    In Bilbao ontploft op 9 oktober een bom onder de auto van het socialistische raadslid Juan Carlos Domingo. Zijn lijfwacht raakt gewond. De Spaanse minister van justitie waarschuwt na de aanslag EHAK en de antifascistische partij ANV dat zij met de grootste aandacht worden gevolgd.

    Tijdens het eindvonnis tegen 28 verdachten van de aanslagen op 11 maart 2004 benadrukt de rechter nog eens dat ETA daar hoegenaamd niets (`geen enkel bewijs´) mee te maken had.

Ga terug naar index