Maandelijkse digitale BIC-Nieuwsbrief nr. 7, periode 1-31 juli 2006
1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het conflict
3) Repressie tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging in Baskenland
4) ETA; de permanente wapenstilstand en het vredesproces
  1. Baskische politieke gevangenen

    Professor in de rechten Manuel Trillo uit Andalusië vraagt begin oktober Amnesty International om de hongerstakende Inaki de Juana als gewetensgevangene te adopteren. Hij stelt dat de zaak van De Juana een verkrachting is van de rechtszekerheid en hij weet niet hoe hij dit geval aan zijn studenten moet uitleggen. Ook levert Trillo zware kritiek op de Spaanse minister van Justitie Juan Fernando Lopez Aguilar, die volgens hem ‘misdrijven creeert in functie van wat de regering wil’ om De Juana in de gevangenis, die 96 jaar extra gevangenisstraf tegen zich geeist hoorde voor het schrijven van 2 krantenartikelen, te houden.
    De Juana heeft op 4 oktober 24 kilo lichaamsgewicht verloren en werd in het gevangenishospitaal al gezien met een voedingssonde in zijn neus, terwijl hij nadrukkelijk dwangvoeding weigert maar weinig kan beginnen omdat hij aan zijn bed zit vastgeketend. 19 Baskische gevangenen in Frankrijk en Spanje hebben al verlenging van hun straf gekregen, terwijl ze die volledig hadden uitgezeten, 185 Baskische politieke gevangenen hadden moeten worden vrijgelaten na het uitzitten van driekwart van hun straf.
    Op 9 oktober geeft Inaki de Juana zijn hongerstaking op, deze duurde 63 dagen. De deal is, door tussenkomst van de bisschop van Donostia Juan Maria Uriarte, dat de geeiste straf wordt teruggebracht tot 6 jaar.
    Twee jaar nadat De Juana had moeten worden vrijgelaten, begint op 27 oktober het proces tegen hem en het openbaar ministerie wil hem tot 4 of 13 jaar veroordelen wegens of ‘verheerlijking van terrorisme’ of het ‘uiten van bedreigingen’. In een informeel gesprek met de pers had premier Zapatero overigens gezegd dat De Juana iemand is die het vredesproces ondersteunt en dat zijn kritiek in de 2 krantenartikelen ‘puur politiek’ was.

  2. Oplossing van het conflict

    Op 7 oktober demonstreren 15.000 mensen in Donostia voor de overplaatsing van de Baskische politieke gevangenen naar gevangenissen in Baskenland.

    Zes politieke prominenten ondertekenen op 9 oktober een verklaring waarin ze steun uitspreken voor het vredesproces en beide partijen oproepen de ingeslagen weg door te zetten en boven de politieke confrontaties uit te stijgen. De 6 zijn de voormalige Italiaanse president Fransesco Cossiga, Sinn Fein voorman Gerry Adams, Mario Soares, voormalig president van Portugal, Cuauhtemoc Cardenas, voormalig presidentskandidaat uit Mexico, de Argentijnse nobelprijswinnaar voor de vrede uit 1980 Adolfo Perez Esquivel en Kgalema Motlanthe van het Afrikaans Nationaal Congres.

    In de week van 15 oktober spreken Chileense senatoren zich unaniem uit voor ‘het oplossen van het conflict in Euskal Herria en dat op die manier de wil van het Baskische volk wordt gerespecteerd’. Het extreemrechtse platform ‘Espana y Libertad’ eist daarop een inreisverbod voor alle leden van de Chileense senaat en willen dat aan de Chileense ambassadeur ‘hun diepste misprijzen’ over de resolutie wordt overgebracht.

    Op 22 oktober eisen 1000 demonstranten in Irunea het stopzetten van de preventieve arrestaties en de ontbinding van de ‘uitzonderingsrechtbanken’ Audiencia Nacional en haar Franse evenknie het Correctioneel Tribunaal. Onder de 17 eisen verder; geen toelating verklaringen in rechtszaken die door folter zijn verkregen, afschaffen van de isolatiedetentie, dat bewijsmateriaal in rechtszaken niet enkel op politie-inlichtingen gebaseerd mag zijn en dat gevangenen vrijkomen als ze hun straf hebben uitgezeten.

    In Straatsburg proberen op 25 oktober de Europese christen-democraten om het vredesoverleg tussen de Spaanse regering en ETA te laten veroordelen, maar dat mislukt. Het Europees Parlement verwierp met 322 tegen 302 stemmen (31 onthoudingen) een resolutie waarin het vredesoverleg wordt afgewezen. In plaats hiervan nam het Parlement een resolutie aan waarin het initiatief van de Spaanse regering de dialoog met de ETA aan te gaan, juist wordt ondersteund. Deze resolutie, ingediend door sociaal-democraten, liberalen, en groenen werd met 321 tegen 311 stemmen (24 onthoudingen) aangenomen.

    Eind oktober ondertekenen 20.000 mensen van de Baskische diaspora uit Argentinië een verklaring waarin ze eisen dat de vervolging van de Baskische president Ibarretxe wordt stopgezet. De president van de Baskische Autonome Gebieden had in april een vergadering met leden van het verboden Batasuna en het extreemrechtse ‘Forum van Ermua’ diende een civiele klacht in tegen Ibarretxe.

  3. Repressie

    Het megaproces 18/98 tegen de linkse Baskische onafhankelijkheidsbeweging, dat als sinds 21 november 2005 loopt, gaat ook begin oktober gewoon door; een commandant van de Guardia Civil, die als expert kwam getuigen, werd door de twee beklaagden Nekane Txapartegi en Mikel Egibar herkend als een van degenen die hen martelde. De commandant baseerde zijn getuigenis volledig op de verklaringen die hij uit de twee had geperst. Egibar verklaarde dat tijdens de marteling zijn kleren gescheurd waren en helemaal onder het bloed zaten. Voor de ingang van de rechtszaal manifesteerden volksvertegenwoordigers van de PNV, EHAK, EA, IU, Aralar en de Naffarese Batasuna. Zij vroegen de voorzitster van het Hof Angela Murillo het proces te stoppen omdat ‘het een obstakel voor vrede is’, maar zij weigerde de petitie in ontvangst te nemen.
    Later in de maand ontstaat er commotie over het toelaten van deskundigen van de Spaanse inlichtingendienst van de politie, hoewel de voorzitster van het Hof dezelfde dienst in de zaak tegen Al Qaida-verdachten onbevoegd had verklaard. Als snel bleek dat de experts door henzelf geschreven rapporten en ondertekende rapporten niet herkenden.

    De Guardia Civil valt op 16 oktober 15 zogenaamde Herriko Tabernas, Baskische volkskroegen, binnen en neemt computers mee. De kroegen worden ervan verdacht geld in te zamelen voor ETA en bovendien zouden er regelmatig bijeenkomsten van de verboden partij Batasuna zijn gehouden. Een week later demonstreren in Donostia 400 jongeren tegen de sluiting van hun kroeg.

    Op 21 oktober worden 400 Baskische jongeren die onderweg waren naar een manifestatie van SEGI in Hendaye bij de grens tegengehouden door chargerende militaire politie van zowel Spaanse als Franse zijde. SEGI organiseerde een ‘Gazte Eguna’, een dag van de jeugd. Uiteindelijk slaagden een aantal jongeren via de zee met rubberbootjes toch bij de manifestatie terecht te komen.

    Het Spaanse Hooggerechtshof bepaalt in de laatste week van oktober dat Batasuna-leider Arnaldo Otegi wegens ‘lidmaatschap van ETA’ mag worden vervolgd. Naast Otegi moeten nog 37 Batasuna-leden terechtstaan.

    Rond 27 oktober worden de woordvoerders van de Baskische organisaties Etxerat! en Askatasuna Estanis Etxaburu en Jon Enperantza opgepakt omdat ze zich niet hadden gemeld bij het Spaanse Hooggerechtshof waar ze hadden moeten aanhoren dat ze beschuldigd worden van ‘verheerlijking van terrorisme’ omdat ze in 2005 deelnamen in een vreedzame actie voor de vrijlating van Jose Mari Sagardui, die al 26 jaar in de gevangenis zit. Toen zat hij in een isoleercel. Etxaburu en Enperantza erkennen het Hooggerechtshof niet en verklaarden dat ‘dit tribunaal niet de legitimiteit heeft om te beslissen of onze activiteiten legitiem zijn of niet’. Ze werden na betaling van 10.000 euro elk vrijgelaten en moeten zich om de 14 dagen melden op het politiebureau.

  4. ETA-aanslagen/verklaringen

    In de nacht van 24 op 25 oktober, een dag voor het debat in het Europees parlement over het vredesproces in Baskenland, wordt er in de buurt van Nimes door een commando van 5 personen 300 revolvers, 50 pistolen en munitie gestolen.

Ga terug naar index