Maandelijkse digitale BIC-Nieuwsbrief nr. 6, periode 1-30 juni 2006
1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het conflict
3) Repressie
4) ETA-aanslagen/verklaringen
  1. Baskische politieke gevangenen

    Fermin Ventura komt op 1 juni na 17 jaar gevangenisstraf vrij. Hij werd op 19 juni 1989 in Irunea gearresteerd en verbleef 3 dagen in isolement in handen van de Guardia Civil, waarop hij verklaarde wat ze wilden horen. Hij zat 17 jaar in 6 verschillende gevangenissen, ver weg van Baskenland.

    Ook deze maand werden er weer zo’n 20 Baskische politieke gevangenen verplaatst van de ene naar de andere gevangenis. Geeneen van hen kwam in een Baskische gevangenis terecht.

  2. Oplossing van het conflict

    Op 11 juni meldt het persagentschap Europa Press dat de Baskische politie Ertzaintza vanaf heden niet meer zal optreden tegen manifestaties waarbij het logo van Batasuna of andere illegale organisaties wordt meegedragen. Alleen ‘als er zich gevaar dreigt voor te doen voor personen of eigendommen’ wordt er opgetreden. Minister Balza van Binnenlandse Zaken in Euskadi verklaard direct dat er geen verandering in het optreden van de Ertzaintza zal komen.

    In 1992, toen de Olympische Spelen in Barcelona plaatsvonden, werden 60 mensen opgepakt die demonstreerden voor de Catelaanse taal. Ze werden gefolterd met elektroden en de beruchte plastic zak, maar de klachten daarover werden afgedaan als ‘zelfverwonding’. Het Europese Hof van Straatsburg oordeelt op 17 juni echter dat de klagers een schadevergoeding van 8000 euro elk moeten krijgen.

    In Irunea demonstreerden op 18 juni 8000 mensen onder het motto ‘Voor politieke en burgerlijke rechten’. Rechter Grande Marlaske wilde de demonstratie verbieden, maar het Openbaar Ministerie onder leiding van procureur generaal Candido Conde Pumpido zag geen aanleiding om de betoging te verbieden. PP-chef Mariano Rajoy eist zijn ontslag, omdat hij een betoging van ‘een terroristische organisatie toeliet’.

  3. Repressie

    Op 1 juni moesten Joseba Permach, Joseba Alvarez, Juan Kruz Aldasoro en Pernando Barrena van Batasana voor het Spaanse Hooggerechtshof verschijnen om te horen wat voor straffen er voor hen werden geformuleerd door onderzoeksrechter Fernando Grande-Marlaska. De Batasuna-bestuurders waren namelijk op een persconferentie aanwezig geweest waarop werd geklaagd over de aanvallen van de Spaanse en Baskische justitie op de linkse onafhankelijkheidsbeweging en dat die aanvallen weleens het vredesproces zouden kunnen laten mislukken. Uiteindelijk kwam iedereen vrij zonder borg, alleen Joseba Permach moet zich elke dag melden bij de Baskische regiopolitie Ertzaintza. Wel zei Grande-Marlaska nog dat ‘de strategie van Batasuna past in een plan dat door ETA georkestreerd wordt’.

    Op 1 en 2 juni worden in de Baskische provincies Lapurdi en Behe Naffaroa in Frankrijk Jon Oihenart, Ainara Goni, Benat Trounday en in de buurt van Bordeaux Kiskitza Gil de San Vicente en Zigor Merodio opgepakt op verdenking van ‘ETA-terrorisme’.

    Op 5 juni werd het massaproces tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging in Baskenland hervat; ditmaal was het de beurt aan medewerkers van de krant EGIN en de radio EGIN Irratia die verklaarden dat ze volledig zelfstandig werkten en nooit van buitenaf beïnvloed werden, zoals de beschuldiging als dat ze door ETA bestuurd werden luidde. Zo zei de eerste directeur van EGIN dat er dringende behoefte was aan een communicatiemiddel in Baskenland ‘dat de stem van velen maar de spreekbuis van niemand zou zijn’. Verder kwamen er vertegenwoordigers van vakbonden en vrouwenbewegingen getuigen over het pluralistische karakter van de krant.
    In de zaak EGIN worden de medewerkers ook beschuldigd van fiscale fraude, waarvoor een gevangenisstraf van 51 jaar wordt geëist. De directeur van de Sociale Zekerheid in Gipuzkoa verklaarde echter dat er bij EGIN altijd een houding heeft bestaan om de achterstallige rekeningen te betalen, maar dat dit door de sluiting van de krant onmogelijk werd. Overigens heeft EGIN in de andere provincies wel via een betalingsplan de achterstanden, inclusief rente, betaald.

    Op 7 juni verbiedt rechter Grande-Marlaska een persconferentie van Batasuna in Irunea; als Juan Kruz Aldasora wil beginnen valt de politie binnen en maakt een einde aan de bijeenkomst.

    Het Forum van Ermua, opgericht na de ontvoering en moord door ETA op PP-raadslid Miguel Angel Blanco in 1997, voegt zich net als de Vereniging Slachtoffers van Terrorisme als burgerlijke partij in elke zaak waar de Spaanse justitie linkse onafhankelijkheidsactivisten aanklaagt. Nu dienen ze zelf een klacht in tegen de Baskische president Juan Ibarretxe, die op 19 april Arnaldo Otegi, Pernando Barrena en Juan Jotxe Petrikorena van Batasuna in zijn ambtswoning ontving. En omdat Batasuna illegaal is, was deze bijeenkomst volgens het Forum een overtreding en dient de Baskische justitie op te treden. Het Baskische Hooggerechtshof verklaart de klacht ontvankelijk. Overigens werden eind juni 2 ETA-leden tot ieder 50 jaar cel veroordeeld wegens de ontvoering van en moord op Blanco.

    De beklaagden in het massaproces ‘18/98’ in Madrid weigeren op 19 juni om 09.00 aanwezig te zijn, zoals ze elke dag moeten, en protesteren voor het gerechtsgebouw tegen de voortdurende criminalisering en de economische en familiale druk. Zo hebben ze allemaal al 25.000 kilometer moeten reizen om verplicht alle zittingen bij te wonen. Na anderhalf uur gaan ze dan toch naar binnen en moeten ze zich 1 voor 1 bij voorzitter van de rechtbank Angela Murillo verantwoorden voor hun actie. De Vereniging van Slachtoffers van Terrorisme eist onmiddellijke opsluiting, maar daar wordt niet op ingegaan.

    Op 20 juni worden in een gezamenlijke operatie van de Franse en Spaanse politie 12 personen gearresteerd op verdenking van ‘afpersing van industriëlen ten behoeve van ETA’. In Spanje werden Ramon Sagarzazu Olazagirre (69 jaar), Inaki Aristizabal Iriarte (59), Jean Pierre Harocarene Kamio (42) en Joseba Elosua Urbieta (71) en Jose Lukin Bergara (31) opgepakt en in Frankrijk Julen Madariaga (74, advocaat en mede-oprichter van ETA en later Aralar), Angel Iturbe Abasolo (53), Eloy Uriarte Diaz Guereno (64) en zijn vrouw Izaskun Gantxegi Arrut (61), Christina Larranaga Arando (51), Jose Antonio Cau Aldalur (62) en Jose Ramon Badiola Zabaleta (48). In Irun werd een restaurant gesloten en 50 rekeningen van ondernemingen van de arrestanten, waarop totaal 700.000 euro staat, werden geblokkeerd. Er werden overigens geen afpersingsbrieven gevonden van na de wapenstilstand, enkel een betalingsbewijs uit 2001, en de arrestaties zouden een gevolg zijn van een in 1998 opgestart onderzoek. Vijf dagen later wordt Madariaga vrijgelaten op borg, maar mag Parijs niet verlaten.
    Eind juni klaagt Grande-Marlaska ook het bestuurslid van de Baskische regeringspartij PNV-EAJ Gorka Aguirre aan, maar laat hem na verhoor op borgtocht van 30.000 euro weer vrij. Aguirre zou in een kroeg in Irun meerdere malen met Joseba Elosua, volgens de Spaanse justitie de baas van de afpersers, hebben afgesproken, het laatst op 20 april. Toen verliet Aguirre de tent met een krant onder de arm waarin volgens de aanklagers afpersingsbrieven zaten, die ETA niet verstuurd zou hebben vanwege de wapenstilstand. Elosua zou Aguirre hebben gevraagd hem in te seinen als er toch nog afpersingsbrieven bij Baskische ondernemers zouden binnenkomen, zo concluderen onderzoekers uit een getapt telefoongesprek.

    Op 23 juni laat rechter Grande-Marlaska 2 Baskische ondernemers arresteren, die elk na bedreiging 64.000 euro aan ETA betaalden. De beschuldiging luidt ‘medewerking aan ETA’.

  4. ETA-aanslagen/verklaringen

    Op 10 juni demonstreren in Madrid 200.000 mensen tegen onderhandelingen van de regering Zapatero met ETA. Ook eisten de betogers dat het onderzoek naar de aanslagen op 11 maart 2004 in Madrid wordt heropend. De PP’ers en andere fascisten denken nog steeds dat de ETA (samen met moslimfundamentalisten, de PSOE en de Marokkaanse geheime dienst) betrokken was bij de aanslagen op de voorstadstreinen. Overigens weigerde het comité voor de slachtoffers van die aanslag mee te doen met de demonstratie.
    Eerder trok de PP-oppositie haar steun aan de PSOE-regering in, nadat Zapatero had aangekondigd met Batasuna te gaan praten. Overigens sprak begin juni Gerry Adams van Sinn-Fein met kopstukken van de PSOE.

    In een verklaring van ETA, verspreid in de Baskische provincies in Frankrijk, roept zij op de Franse staat op ‘haar wil te tonen om het conflict door middel van dialoog en onderhandelingen aan te pakken’. Verder roept ETA de Franse burgers op ‘niet mee te werken aan het kolonisatieproces tegen het Baskische volk’. En drukt de gewapende organisatie opnieuw haar wil uit ‘de ingeslagen weg tot het einde toe vol te houden’. De Franse regering zegt dat het conflict een zaak is van de Spaanse staat. De Vereniging Slachtoffers van Terrorisme betuigt haar ‘solidariteit met het Franse volk’ tegen deze ‘laaghartige bedreiging door een groep criminelen’.

    Op 14 juni maakt de Spaanse president Zapatero bekend langs welke lijnen de onderhandelingen tussen ETA en de Spaanse regering zullen gaan lopen; het dichterbij Baskenland brengen van de Baskische politieke gevangenen en de legalisering van de politieke partij Batasuna. Binnenkort zal de Baskische PSE met het ‘links nationalisme’ aan tafel gaan zitten voor voorbereidende gesprekken. Zapatero zei dat de onderhandelingen langdurig, taai en lastig zullen worden en ‘Wij zullen ze vastbesloten en omzichtig voeren, eensgezind en loyaal en steeds met respect voor de nagedachtenis aan de slachtoffers’.

Ga terug naar index