1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het conflict
3) Repressie
4) ETA-aanslagen/verklaringen
-
Baskische politieke gevangenen
Fermin Ventura komt op 1 juni na 17 jaar gevangenisstraf vrij. Hij werd
op 19 juni 1989 in Irunea gearresteerd en verbleef 3 dagen in isolement in
handen van de Guardia Civil, waarop hij verklaarde wat ze wilden horen.
Hij zat 17 jaar in 6 verschillende gevangenissen, ver weg van Baskenland.
Ook deze maand werden er weer zo’n 20 Baskische politieke gevangenen
verplaatst van de ene naar de andere gevangenis. Geeneen van hen kwam in
een Baskische gevangenis terecht.
-
Oplossing van het conflict
Op 11 juni meldt het persagentschap Europa Press dat de Baskische
politie Ertzaintza vanaf heden niet meer zal optreden tegen manifestaties
waarbij het logo van Batasuna of andere illegale organisaties wordt
meegedragen. Alleen ‘als er zich gevaar dreigt voor te doen voor personen
of eigendommen’ wordt er opgetreden. Minister Balza van Binnenlandse Zaken
in Euskadi verklaard direct dat er geen verandering in het optreden van de
Ertzaintza zal komen.
In 1992, toen de Olympische Spelen in Barcelona plaatsvonden, werden 60
mensen opgepakt die demonstreerden voor de Catelaanse taal. Ze werden
gefolterd met elektroden en de beruchte plastic zak, maar de klachten
daarover werden afgedaan als ‘zelfverwonding’. Het Europese Hof van
Straatsburg oordeelt op 17 juni echter dat de klagers een schadevergoeding
van 8000 euro elk moeten krijgen.
In Irunea demonstreerden op 18 juni 8000 mensen onder het motto ‘Voor
politieke en burgerlijke rechten’. Rechter Grande Marlaske wilde de
demonstratie verbieden, maar het Openbaar Ministerie onder leiding van
procureur generaal Candido Conde Pumpido zag geen aanleiding om de
betoging te verbieden. PP-chef Mariano Rajoy eist zijn ontslag, omdat hij
een betoging van ‘een terroristische organisatie toeliet’.
-
Repressie
Op 1 juni moesten Joseba Permach, Joseba Alvarez, Juan Kruz Aldasoro en
Pernando Barrena van Batasana voor het Spaanse Hooggerechtshof verschijnen
om te horen wat voor straffen er voor hen werden geformuleerd door
onderzoeksrechter Fernando Grande-Marlaska. De Batasuna-bestuurders waren
namelijk op een persconferentie aanwezig geweest waarop werd geklaagd over
de aanvallen van de Spaanse en Baskische justitie op de linkse
onafhankelijkheidsbeweging en dat die aanvallen weleens het vredesproces
zouden kunnen laten mislukken. Uiteindelijk kwam iedereen vrij zonder
borg, alleen Joseba Permach moet zich elke dag melden bij de Baskische
regiopolitie Ertzaintza. Wel zei Grande-Marlaska nog dat ‘de strategie van
Batasuna past in een plan dat door ETA georkestreerd wordt’.
Op 1 en 2 juni worden in de Baskische provincies Lapurdi en Behe Naffaroa
in Frankrijk Jon Oihenart, Ainara Goni, Benat Trounday en in de buurt van
Bordeaux Kiskitza Gil de San Vicente en Zigor Merodio opgepakt op
verdenking van ‘ETA-terrorisme’.
Op 5 juni werd het massaproces tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging
in Baskenland hervat; ditmaal was het de beurt aan medewerkers van de
krant EGIN en de radio EGIN Irratia die verklaarden dat ze volledig
zelfstandig werkten en nooit van buitenaf beïnvloed werden, zoals de
beschuldiging als dat ze door ETA bestuurd werden luidde. Zo zei de eerste
directeur van EGIN dat er dringende behoefte was aan een
communicatiemiddel in Baskenland ‘dat de stem van velen maar de spreekbuis
van niemand zou zijn’. Verder kwamen er vertegenwoordigers van vakbonden
en vrouwenbewegingen getuigen over het pluralistische karakter van de
krant.
In de zaak EGIN worden de medewerkers ook beschuldigd van fiscale fraude,
waarvoor een gevangenisstraf van 51 jaar wordt geëist. De directeur van de
Sociale Zekerheid in Gipuzkoa verklaarde echter dat er bij EGIN altijd een
houding heeft bestaan om de achterstallige rekeningen te betalen, maar dat
dit door de sluiting van de krant onmogelijk werd. Overigens heeft EGIN in
de andere provincies wel via een betalingsplan de achterstanden, inclusief
rente, betaald.
Op 7 juni verbiedt rechter Grande-Marlaska een persconferentie van
Batasuna in Irunea; als Juan Kruz Aldasora wil beginnen valt de politie
binnen en maakt een einde aan de bijeenkomst.
Het Forum van Ermua, opgericht na de ontvoering en moord door ETA op
PP-raadslid Miguel Angel Blanco in 1997, voegt zich net als de Vereniging
Slachtoffers van Terrorisme als burgerlijke partij in elke zaak waar de
Spaanse justitie linkse onafhankelijkheidsactivisten aanklaagt. Nu dienen
ze zelf een klacht in tegen de Baskische president Juan Ibarretxe, die op
19 april Arnaldo Otegi, Pernando Barrena en Juan Jotxe Petrikorena van
Batasuna in zijn ambtswoning ontving. En omdat Batasuna illegaal is, was
deze bijeenkomst volgens het Forum een overtreding en dient de Baskische
justitie op te treden. Het Baskische Hooggerechtshof verklaart de klacht
ontvankelijk. Overigens werden eind juni 2 ETA-leden tot ieder 50 jaar cel
veroordeeld wegens de ontvoering van en moord op Blanco.
De beklaagden in het massaproces ‘18/98’ in Madrid weigeren op 19 juni om
09.00 aanwezig te zijn, zoals ze elke dag moeten, en protesteren voor het
gerechtsgebouw tegen de voortdurende criminalisering en de economische en
familiale druk. Zo hebben ze allemaal al 25.000 kilometer moeten reizen om
verplicht alle zittingen bij te wonen. Na anderhalf uur gaan ze dan toch
naar binnen en moeten ze zich 1 voor 1 bij voorzitter van de rechtbank
Angela Murillo verantwoorden voor hun actie. De Vereniging van
Slachtoffers van Terrorisme eist onmiddellijke opsluiting, maar daar wordt
niet op ingegaan.
Op 20 juni worden in een gezamenlijke operatie van de Franse en Spaanse
politie 12 personen gearresteerd op verdenking van ‘afpersing van
industriëlen ten behoeve van ETA’. In Spanje werden Ramon Sagarzazu
Olazagirre (69 jaar), Inaki Aristizabal Iriarte (59), Jean Pierre
Harocarene Kamio (42) en Joseba Elosua Urbieta (71) en Jose Lukin Bergara
(31) opgepakt en in Frankrijk Julen Madariaga (74, advocaat en
mede-oprichter van ETA en later Aralar), Angel Iturbe Abasolo (53), Eloy
Uriarte Diaz Guereno (64) en zijn vrouw Izaskun Gantxegi Arrut (61),
Christina Larranaga Arando (51), Jose Antonio Cau Aldalur (62) en Jose
Ramon Badiola Zabaleta (48). In Irun werd een restaurant gesloten en 50
rekeningen van ondernemingen van de arrestanten, waarop totaal 700.000
euro staat, werden geblokkeerd. Er werden overigens geen afpersingsbrieven
gevonden van na de wapenstilstand, enkel een betalingsbewijs uit 2001, en
de arrestaties zouden een gevolg zijn van een in 1998 opgestart onderzoek.
Vijf dagen later wordt Madariaga vrijgelaten op borg, maar mag Parijs niet
verlaten.
Eind juni klaagt Grande-Marlaska ook het bestuurslid van de Baskische
regeringspartij PNV-EAJ Gorka Aguirre aan, maar laat hem na verhoor op
borgtocht van 30.000 euro weer vrij. Aguirre zou in een kroeg in Irun
meerdere malen met Joseba Elosua, volgens de Spaanse justitie de baas van
de afpersers, hebben afgesproken, het laatst op 20 april. Toen verliet
Aguirre de tent met een krant onder de arm waarin volgens de aanklagers
afpersingsbrieven zaten, die ETA niet verstuurd zou hebben vanwege de
wapenstilstand. Elosua zou Aguirre hebben gevraagd hem in te seinen als er
toch nog afpersingsbrieven bij Baskische ondernemers zouden binnenkomen,
zo concluderen onderzoekers uit een getapt telefoongesprek.
Op 23 juni laat rechter Grande-Marlaska 2 Baskische ondernemers
arresteren, die elk na bedreiging 64.000 euro aan ETA betaalden. De
beschuldiging luidt ‘medewerking aan ETA’.
-
ETA-aanslagen/verklaringen
Op 10 juni demonstreren in Madrid 200.000 mensen tegen onderhandelingen
van de regering Zapatero met ETA. Ook eisten de betogers dat het onderzoek
naar de aanslagen op 11 maart 2004 in Madrid wordt heropend. De PP’ers en
andere fascisten denken nog steeds dat de ETA (samen met
moslimfundamentalisten, de PSOE en de Marokkaanse geheime dienst)
betrokken was bij de aanslagen op de voorstadstreinen. Overigens weigerde
het comité voor de slachtoffers van die aanslag mee te doen met de
demonstratie.
Eerder trok de PP-oppositie haar steun aan de PSOE-regering in, nadat
Zapatero had aangekondigd met Batasuna te gaan praten. Overigens sprak
begin juni Gerry Adams van Sinn-Fein met kopstukken van de PSOE.
In een verklaring van ETA, verspreid in de Baskische provincies in
Frankrijk, roept zij op de Franse staat op ‘haar wil te tonen om het
conflict door middel van dialoog en onderhandelingen aan te pakken’.
Verder roept ETA de Franse burgers op ‘niet mee te werken aan het
kolonisatieproces tegen het Baskische volk’. En drukt de gewapende
organisatie opnieuw haar wil uit ‘de ingeslagen weg tot het einde toe vol
te houden’. De Franse regering zegt dat het conflict een zaak is van de
Spaanse staat. De Vereniging Slachtoffers van Terrorisme betuigt haar
‘solidariteit met het Franse volk’ tegen deze ‘laaghartige bedreiging door
een groep criminelen’.
Op 14 juni maakt de Spaanse president Zapatero bekend langs welke lijnen
de onderhandelingen tussen ETA en de Spaanse regering zullen gaan lopen;
het dichterbij Baskenland brengen van de Baskische politieke gevangenen en
de legalisering van de politieke partij Batasuna. Binnenkort zal de
Baskische PSE met het ‘links nationalisme’ aan tafel gaan zitten voor
voorbereidende gesprekken. Zapatero zei dat de onderhandelingen langdurig,
taai en lastig zullen worden en ‘Wij zullen ze vastbesloten en omzichtig
voeren, eensgezind en loyaal en steeds met respect voor de nagedachtenis
aan de slachtoffers’.
|