Maandelijkse digitale BIC-Nieuwsbrief nr. 3, periode 1 - 31 maart 2006
1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het politieke conflict?
3) Repressie
4) ETA
  1. Baskische politieke gevangenen

    Een manifestatie ter nagedachtenis aan de dood van de Baskische politieke gevangene Igor Angulo (zie Maandelijkse digitale BIC-Nieuwsbrief nr 2, februari 2006) in zijn geboortedorp Santurtzi op 2 maart wordt door de Baskische regering verboden. Dat wekt de woede van Juan Mari Olano van Gestoras pro Amnistia en Joseba Alvarez van Batasuna, die op de begrafenis spreken.

    Al eerder schreven we over de pogingen van het Spaanse strafkamer van het Hooggerechtshof om de detentie van Baskische politieke gevangenen die in de komende jaren op het punt staan vrij te gaan komen, te verlengen. Begin maart sprak de voorzitter van die strafkamer Gomez-Bermudez dat hij de straffen van 180 gevangenen wil gaan ‘herzien’. In het Gerechtshof zijn echter 3 rechters die zich hebben uitgesproken tegen deze maatregelen.

    Op 3 maart overlijdt in de bajes van Aranjuez in Madrid de 38-jarige Baskische politieke gevangene Roberto Sainz Olmos aan de gevolgen van een hartaanval. Hij klaagde al geruime tijd over pijn in de borststreek en werd onderzocht door de gevangenisartsen, die hem echter goedkeurden. Tijdens een herdenking op de luchtplaats voor de overleden Baskische politieke gevangene Igor Angulo stierf Sainz Olmos. Hij werd op 11 september 2003 samen met zijn vriendin Ana Lopez Barrio door de Baskische regiopolitie Ertzaintza opgepakt en enkele dagen door hen gefolterd. Hij zat nog in voorarrest. Op 11 maart lopen duizenden mensen in Portugalete en Santurtzi in een tocht ter nagedachtenis aan de overleden Baskische politieke gevangenen Igor Angulo en Roberto Sainz Olmos en uit protest tegen de gevangenenspreiding.

    Op 9 maart staken in heel Baskenland mensen om de politiek van gevangenenspreiding aan te klagen. De Baskische regering had het staken toegestaan mits er geen spandoeken of slogans gebruikt zouden worden die bedreigend zouden zijn voor instellingen of organisaties (daarmee bedoelde de PNV vooral zichzelf). In een aantal plaatsen viel de politie de stakers aan en er vielen vele gewonden en arrestaties. In de loop van de dag worden er 3 bommeldingen gedaan, in Naffaroa, Cantabrië en Lasarte, waarvan 2 kleine ontploffen langs snelwegen. Er vallen geen gewonden. Rechter Grande-Marlaske (een PP-man) kondigt direct na de staking aan dat Arnaldo Otegi en 5 andere ‘leiders van het linkse nationalisme’ gedagvaard zullen worden wegens ‘uitlokking van onlusten’ en de bommen van ETA. Hij gaat hierbij voorbij aan de Baskische en Spaanse rechtbanken, maar zijn vastberadenheid om Otegi achter de tralies te krijgen en de Baskische vakbond LAB te verbieden, en zo het prille vredesproces te torpederen, is groot.

  2. Oplossing van het politieke conflict

    De eind februari opgerichte ‘Vriendengroep van Baskenland’ in het Europarlement roept de EU op tot een sterkere betrokkenheid om te zorgen dat alle Baskische partijen en organisaties aan een vredesproces kunnen deelnemen. De groep noemt de permanente wapenstilstand een ‘historische stap’ en feliciteert alle politieke en sociale krachten die dit mogelijk hebben gemaakt.

  3. Repressie

    De Spaanse minister van justitie Lopez Aguilar antwoordt op 1 maart op vragen van de ‘justitiespecialist’ van de Partido Popular waarom de Baskische links radicale partij EHAK niet wordt verboden, dat de ’13.000 activisten van Batasuna en de 150.000 kiezers van EHAK niet van ETA zijn’. Hij voegde er nog aan toe dat je ‘met zulke demagogische uitspraken’ als van de PP ‘de strijd tegen terrorisme niet wint’. Het zit de PP nogal altijd dwars dat ze onder haar regime de EHAK heeft toegestaan zich op te richten, niet wetende dat het partijtje later gebruikt zou worden om de Batasuna-kiezers een stem te geven.

    Op 1 maart wordt de 9-jarige Gorka Ribadulla in Bilbo door de Guardia Civil opgepakt; hij zou 6 jaar geleden (u leest het goed) deelgenomen hebben aan een aanval op een wachthokje van de Guardia Civil. Bij de arrestatie werden alle aanwezigen onder schot gehouden, sommigen geslagen. Na 1 dag in detentie werd Ribadulla weer vrijgelaten.

    Dertig jaar geleden op 3 maart werden in de Baskische hoofdstad Gasteiz 5 arbeiders door de politie doodgeschoten tijdens protesten en stakingsacties tegen de middeleeuwse arbeidsomstandigheden uit de periode Franco. De daders en verantwoordelijken voor deze doden zijn nooit vervolgd. Dit jaar werd tijdens een herdenking, waarbij ook meteen de 2 overleden Baskische politieke gevangenen Angulo en Sainz Olmos herdacht, weer gerechtigheid geëist. De Baskische regiopolitie Ertzaintza viel de 7000 deelnemers aan en arresteerde de woordvoerder van het slachtoffercomité Andoni Txasko, die 30 jaar geleden bijna blijvend blind raakte door charges van de politie. Er vielen in totaal 8 gewonden.

    Op 4 maart wordt Xabier Lareki in het Franse deel van Baskenland bij Donibane-Lhizune (St-Jean de Luz) gearresteerd; in 2000 werd hij ook al eens opgepakt voor feiten uit 1993, maar die bleken toen verjaard te zijn. Lareki is nu opgesloten in de gevangenis van Muret-Seysses in afwachting van zijn overhandiging aan de Spaanse autoriteiten.

    In het almaar doorgaande megaproces 18/98 tegen de Baskische onafhankelijkheidsbeweging is het deze keer de beurt aan Xabier Alegria om 2 dagen verhoord te worden. Wel door zijn eigen advocaat, want net als alle andere aangeklaagden erkent Alegria dit ‘politieke proces’ niet. Hij begint met de martelingen die hij moest ondergaan aan te klagen; “Ze wilden mij dingen doen zeggen die niet juist zijn” (…) “We oefenden mijn verklaring 3 keer” (…) “Er waren namen die ik moest noemen, opzettelijk erin gezet om hen te criminaliseren”. Alegria werd dagenlang gemarteld (met onder andere de beruchte ‘plastic zak’ over het hoofd) en bedreigd (de Guardia Civil zou zijn vriendin ook gaan martelen). In 1998 en 2000 werd Alegria ook opgepakt, maar hij diende toen geen klacht in wegens folter omdat de behandeling correct was. Het verhoor eindigde zoals wel vaker in dit proces in verwarring omdat de politiedocumenten waarop in het vooronderzoek de beschuldigingen waren gebaseerd, kwijt waren. Op 14 maart klaagt Imanol Iparragirre dat een aanklacht van 10 jaar geleden, waarvoor hij toen door het Hooggerechtshof van werd vrijgesproken, nu opnieuw tegen hem gebruikt wordt.

    Arnaldo Otegi, Pernando Barrena, Juan Joxe Petrikorena, Juan Mari Olano, de advocate Arantza Zulueta en de leider van de Baskische vakbond LAB Rafa Diez moeten zich halverwege maart voor de Audiencia Nacional in Madrid gaan verantwoorden voor de 108 ‘strafbare feiten’ die ze zouden hebben begaan. Otegi was echter ziek, maar op 18 maart zitten Petrikorena, Olan, Barrena en Diez al vast in de gevangenis Soto del Real in Madrid; de laatste 2 kunnen op respectievelijk 200.000 en 100.000 euro borg (voorlopig) vrijkomen.

    Op 28 maart worden Dani Yaniz en Koldo Danborena door de Baskische politie Ertzaintza op verdenking van ‘hulp aan ETA’ in Bilbo gearresteerd. Politieke waarnemers concluderen dat het de Baskische regeringspartij PNV, waar de Ertzaintza immers onder valt, is die haar macht laat zien als tegenwicht tegen de prominente rol die de Spaanse regering en de linkse onafhankelijkheidsbeweging spelen in het komende vredesproces.

    Op 29 maart wordt Arnaldo Otegi, in het algemeen gezien als intermediair in onderhandelingen tussen regering en ETA, in Madrid opgesloten. De Audiencia Nacional vraagt 250.000 euro borg voor de opheffing van het voorarrest. Otegi krijgt de schuld van de rellen die uitbraken toen de Baskische regiopolitie Ertzaintza met geweld demonstraties tijdens de stakingsdag van 9 maart probeerde te voorkomen. Bij de aankomst van Otegi stonden er enkele Spaanse rechtsextremisten leuzen als ‘Otegi moordenaar’ te roepen; binnen werd hij urenlang verhoord door rechter Grande-Marlaske en de PP-organisatie AVT (Slachtoffers van Terreur) stelde zich zoals altijd als privé-persoon partij in de zaak en eiste de onmiddellijke opsluiting van Otegi.

  4. ETA

    In een verklaring van begin maart over de dood van de 2 Baskische politieke gevangene laat ETA weten dat de PSOE en de PNV verantwoordelijk zijn voor de dood van beiden. ETA zegt dat de politiek van gevangenenspreiding, het verlengen van de straffen en het isolement van de gevangenen in feite een ‘doodstraf’ zijn. Ook bekritiseert ETA het verbod op de herdenkingsplechtigheid van 2 maart. Op de stakingsdag 9 maart vernielt een bom delen van het gerechtsgebouw in Mungia en veroorzaken 2 kleine bommen langs verkeersknooppunten lange files. Drie dagen daarvoor vond er een kleine bomaanslag plaats bij het marine-instituut in Mutriku.

    De extreemrechtse Spaans-nationalistische oppositiepartij Partido Popular is er nog immer van overtuigd dat ETA achter de aanslagen op de voorstadstreinen in Madrid op 11 maart 2004 zat. Jaima Ignacio del Burgo, PP-kopstuk uit Naffaroa, schreef een boek met de titel ‘Tot op heden onbeantwoorde vragen over 11-M’ waarin hij op 200 pagina’s maar liefst 115 keer het woord ETA laat vallen. Sowieso wordt in brede PP-kring nog immer gedacht dat de aanslagen een duistere samenzwering was extremistische islamitische terroristen, ETA, delen van de Marokkaanse en de Spaanse geheime dienst en de huidige regeringspartij PSOE. De Spaanse krant El Mundo, wiens hoofdredacteur een oude vete met de PSOE uitvecht, wakkert dit soort theorieën met tal van artikelen aan.

    Op 24 maart gaat de permanente wapenstilstand van ETA in; het ‘historische’ nieuws dat de laatste week van maart al het andere nieuws overschaduwde. Voor een analyse en een voorzichtige blik in de toekomst, lees de nieuwe Euskal Herria Nieuwsbrief, gratis te bestellen op info@baskinfo.org De PSOE is inmiddels begonnen met een reeks gesprekken over het in gang zetten van dat vredesproces en de PP bood inmiddels haar volledige steun aan, al moet dat vooral tactisch bekeken worden. Conservatieve partners van de PP, als de Franse president Chirac en de Duitse kanselier Merkel steunen immers Zapatero in zijn streven naar oplossing van het politieke conflict. Zelfs de PP-mantelclub Slachtoffers van Terrorisme (AVT) bond in en sprak deels haar vertrouwen uit in ‘de lijn-Zapatero’; de laatste maanden stapten veel afdelingen uit het AVT vanwege haar confronterende koers tegen ‘vrede’.

Ga terug naar index