Maandelijkse digitale BIC-Nieuwsbrief nr. 1, periode 1 - 31 januari 2005
1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het politieke conflict?
3) Repressie
4) ETA
  1. Baskische politieke gevangenen

    De Baskische politieke gevangene Ainhoa Mujika staat, samen met Saroia Galarraga, Bruno Josie, Jon Olarra, Andoni Otegi en Oskar Zelarain, op 2 januari terecht in een Parijse rechtbank. In haar toespraak tot de rechter roept ze de Franse regering op om deel te nemen in de zoektocht naar een vreedzame oplossing van het politieke conflict. Er zijn 162 Baskische politieke gevangenen, verspreid over heel Frankrijk, de regering weigert, tegen de wens in van de meerderheid van de volksvertegenwoordigers daar, een Baskisch departement op te zetten en erkent de Baskische taal niet, zo somde ze op. En afsluitend; kiest de Franse regering ervoor om het conflict voort te zetten of gaat zij werken aan een oplossing gebaseerd op rechtvaardigheid en echte democratie?

    Op 28 januari worden 2 vermeende ‘ETA-leden’ in Frankrijk, vlakbij Saint-Paul Cap-de-Joux, gearresteerd nadat zij betrokken waren geraakt bij een verkeersongeluk. Ze droegen wapens en valse identiteitspapieren. Twee dagen eerder werden vlakbij Bordeaux, in een gezamenlijke operatie van de Franse politie en de Spaanse Guardia Civil, Gracia Morcillo en Asier Kintana gearresteerd. Zij worden verdacht deel uit te maken van ‘het internationale apparaat van ETA’.

  2. Oplossing van het politieke conflict

    Op 7 januari demonstreren 50.000 mensen in Bilbo uit solidariteit met de Baskische politieke gevangenen na een oproep van het ‘Ibaeta-forum’, waarin 34 politieke en maatschappelijke organisaties verenigd zijn. De overplaatsing van de ruim 700 politieke gevangenen, meer als onder de dictatuur van Franco, naar gevangenissen in Baskenland wordt gezien als sleutelstap in de richting van een vredesproces.

    De fractie van EB-Berdeak in het Baskisch parlement wil dat het comité voor politieke normalisatie van de Baskische regering met ETA en het gevangenencfollectief EPPK gaat praten, voordat het overgaat tot het opzetten van een ronde tafel, gelieerd aan het ‘plan Ibarretxe’. Het comité bestaat uit de Baskische president Ibarretxe zelf, de minister van justitie Azkarraga en de minister voor huisvesting Javier Madrazo.

    Op 24 januari wordt dan de ‘vriendschapsgroep’ ‘Naar een vredesproces in Baskenland’ in het Europees Parlement officieel opgericht. Twaalf parlementariers zien een referendum waarin de gehele Baskische bevolking, in een atmosfeer van politieke en burgerlijke vrijheid, wordt geconsulteerd als oplossing van het conflict.

  3. Repressie

    Het megaproces ‘18/98’ in Madrid, tegen de linkse onafhankelijkheidsbeweging in Baskenland, wordt steeds absurder. Begin januari schorste de Audiencia Nacional de driedaagse procesweek nadat er wederom bleek dat, tijdens de bevraging van Xabier Alegria, documenten misten. Documenten, waarop de aanklacht is gebaseerd, die zich zouden bevinden in 104 ‘geheime mappen’ (in totaal 100.000 pagina’s), waarvan het bestaan pas kortgelden werd onthuld. Alegria, tegen wie 51 jaar cel wordt geëist, zou diverse ‘ETA-organisaties’, zoals KAS en diens opvolger EKIN geleid hebben, maar zijn advocaten kunnen hem dus niet verdedigen, omdat de documenten met de aanklacht geheim zijn. Ook in de zaak Egin wordt Alegria aangeklaagd; met de krant zou hij ETA gefinancierd hebben. Uiteindelijk schorst rechter Murillo het proces voor de duur van 3 weken om de advocaten inzage te geven in de documenten. Op 30 januari wordt dan beslist om de advocaten nog 2 weken extra te geven, ondanks dat ze verzochten om nog een maand extra om al die papieren te bestuderen. Op 13 februari gaat het proces hoe dan ook verder, want dit uitstel was de laatste, aldus de rechter.

    Rechter Fernando Grande-Marlaska, de plaatsvervanger van de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon, heeft de opdracht aan de geheime diensten van zowel de Spaanse nationale politie als aan die van de Guardia Civil gegeven een onderzoek te beginnen naar 'politieke activiteiten waarbij Batasuna betrokken zou zijn’. Aanleiding is de manifestatie ‘Bide Eginez’ (bouwen aan de weg) die Batasuna op 21 januari in Barakaldo wil organiseren; Batasuna zal hier haar nieuwe plannen ontvouwen en een nieuw bestuur kiezen. Garzon schorste in 2002 alle activiteiten van Batasuna, voordat een op Batasuna toegesneden wet in 2003 een definitief verbod op de partij mogelijk maakte. Later is er een hoorzitting of de duur van de schorsing van de activiteiten van Batasuna moet worden verlengd; bestuurslid en advocaat van Batasuna, Jone Goirizelaia, betoogde dat de geldigheid van de schorsing op 26 augustus 2005 eindigde en dat het toen verlengd had moeten worden, maar dat is dus niet gebeurd en zodoende kan het nu niet meer verlengd worden. Op 17 januari oordeelt Grande-Marlaska dat de schorsing van de activiteiten met 2 jaar verlengd moet worden (juridisch onmogelijk daar Batasuna buiten de wet gesteld is), dat Batasuna’s manifestatie is verboden en moet worden verhinderd door de Baskische Autonome politie en dat de ruimtes die Batasuna gebruikte voor haar persconferenties in Bilbo, Donostia en Irunea moeten worden gesloten. Ook Batasuna’s website moeten worden gesloten. Ook dreigde Grande-Marlaska iedereen te vervolgen die Batasuna helpt (dus ook de zaaleigenaren) op basis van het ‘helpen en onderdak bieden aan een gewapende organisatie’. Ook iedereen die opdrachten niet uitvoerde om de manifestatie te stoppen zal worden vervolgd wegens ‘falen in het uitvoeren van hun taken om criminaliteit te voorkomen’ of met ‘minachting van het Hof’. Op 20 januari werden de ruimtes afgesloten. Ook werd er die dag een demonstratie bij de zaal waar Batasuna haar manifestatie zou houden aangekondigd; een groep burgers roept hiertoe op en de partijen EA, Aralar, AB en de vakbonden ELA en LAB steunen deze oproep om op te komen voor burger- en politieke rechten in Baskenland. Duizenden mensen komen uiteindelijk opdraven in Barakaldo de 21e, waar in een positieve sfeer wordt geconcludeerd dat ‘juist door de obstakels die er worden opgeworpen door de tegenstanders van het vredesproces, het duidelijk is dat dit proces onderweg is en niet te stoppen’.

    Op 12 januari beginnen in Madrid de eerste verhoren in de klachtzaken wegens marteling van Nekane Txapartegi en Xabier Oleaga. Veel Basken ondersteunden hen buiten bij het Hof van Eerst Aanleg en Martxelo Otamendi, oud-redacteur van Egunkaria en in die zaak ook zelf slachtoffer van marteling, sprak namens de 18-98 groep en zei dat marteling in Spanje systematisch voorkwam en diepgeworteld is in het systeem en dat sommige aanklachten in de 18-98-zaak gebaseerd waren op verklaringen afgegeven onder marteling. Txapartegi wordt aangeklaagd in de sectie Xaki in de 18-98 zaak; ze werd in 1999 door de Guardia Civil gearresteerd en werd tijdens de 5 dagen isolatiedetentie gemarteld. De behandelend arts rapporteerde de talrijke kneuzingen op haar lichaam, maar in 2001 bepaalde een rechtbank dat er geen indicaties waren hoe deze kneuzingen waren ontstaan. Het beroep daartegen wordt nu behandeld.

    De Batasuna-bestuurders Arnaldo Otegi, Joseba Permach en Joseba Alvarez moeten antwoorden op beschuldigingen als ‘het organiseren van een illegale bijeenkomst en het verheerlijken van terrorisme’. Otegi krijgt ook nog ‘minachting van de rechtbank’ aan zijn broek. Deze beschuldigingen baseert de Spaanse openbaar aanklager op de Batasuna-manifestatie van 14 november 2004 in Donostia, toen Batasuna zich compromitteerde aan een vredesvoorstel.

  4. ETA

    Op 5 januari laat ETA, na waarschuwende telefoontjes, 2 bommen ontploffen; 1 in een (op dat moment wegens verbouwing gesloten) hotel in Sos del Rey Catolico, de ander 400 meter verderop bij een telefoonmast. De schade was aanzienlijk, maar niemand raakte gewond.

Ga terug naar index