1) Baskische politieke gevangenen
2) Oplossing van het politieke conflict?
3) Repressie
4) ETA
-
Baskische politieke gevangenen
Naar aanleiding van de dood van Jose Angel Altzuguren Perurena, op 31 oktober opgehangen gevonden in zijn cel in de gevangenis van Soria, zijn er demonstraties door heel Baskenland. In Donostia werd Igor Alvarez gearresteerd en naar de Madrileense gevangenis Soto del Real overgebracht. Ook een andere arrestant Aitor Larreta werd in Soto opgesloten en ondanks dat ze astmatisch is, trokken de bewakers haar de beruchte plastic zak (La Bolsa) over het hoofd. Een andere arrestant, Maddi Fernandez de Larrinoa, betaalde 3000 euro borg en kwam voorlopig vrij.
Enrique Mugica Herzog, onder de PSOE in de jaren tachtig minister van justitie en bedenker van de gevangenenspreiding van de Baskische politieke activisten, is tegenwoordig Spaans ombudsman. Maar hij bemoeit zich nog steeds met de politiek van gevangenenspreiding, getuige deze uitspraak: “Het is veel moeilijker voor een familielid van een slachtoffer van ETA om de 2 kilometer naar het graf te overbruggen, dan de 300, 400 of 500 kilometer die anderen moeten afleggen om de moordenaars, delinquenten, afpersers en ontvoerders te bezoeken in de gevangenissen”.
Unair Errea, een Baskische advocaat die optreedt namens het Baskische gevangenencollectief EPPK, zit al sinds 22 april dit jaar vast in Frankrijk op beschuldiging van het ‘doorgeven van een document met terroristisch doel aan een cliënt’. Toen hij werd gearresteerd zei de Franse rechter tegen hem dat hij zou worden vrijgelaten als hij stopte met zijn werk als advocaat. Errea zat overigens 3 dagen in isolatiedetentie.
Belen Gonzalez Penalva (50) werd op 8 november door Frankrijk aan Spanje uitgeleverd, begeleid door enkele agenten van Interpol. In 2001 werd ze in Pau gearresteerd en veroordeeld wegens ‘bendevorming met terroristisch doel’. In Spanje wordt ze verdacht van deelname aan 5 dodelijke aanslagen tegen hoge militairen door het ‘Commando Madrid’ van ETA en de ontvoering van Diego Prado y Colon de Carvajal. In 1989 nam ze, samen met Eugenio Etxebeste en Ignacio Arakama Mendia namens ETA deel aan de onderhandelingen met de PSOE in Algiers. Toen deze onderhandelingen mislukten werden ze gedeporteerd naar de Dominicaanse Republiek. In oktober 1998 keerde ze terug naar Frankrijk om in 1999 in Zwitserland, samen met Mikel Albizu, nu ook in een Spaanse gevangenis, met de PP-regering te onderhandelen.
De Baskische politieke gevangene Josu Lariz mag eindelijk terug naar Uruguay, waar hij 16 jaar woonde totdat hij in 2002 naar Argentinië werd gedeporteerd en daar werd opgepakt. Vorig jaar kwam hij vrij nadat een uitleveringsverzoek door Spanje werd afgewezen, maar kon hij nog altijd niet terug naar Uruguay (laat staan Baskenland). Lariz kreeg al 3 uitleveringsverzoeken aan zijn broek, 2 in Uruguay, 1 in Argentinië, wegens vermeende betrokkenheid bij een ETA-aanslag in 1984.
Op 22 november geven de Baskische politieke gevangenen Jean-François Lefort en Juan Carlos Subijana hun op 28 oktober begonnen hongerstaking op. Zij zitten in een Franse gevangenis op zo’n 2000 kilometer van Baskenland vandaan en protesteerden tegen de afschaffing van de korte tweewekelijkse bezoeken door de gevangenisdirectie. Toen de 2 op 20 november ook weigerden om nog te drinken, draaide de directie de maatregelen terug.
-
Oplossing van het politieke conflict
Begin november eisen alle Baskische partijen in het Baskische parlement dat de zaak Egunkaria wordt gesloten en dat alle beschuldigingen worden ingetrokken. Dit met het oog op verdere stappen in het vredesproces en normalisering van de politieke situatie in Baskenland.
De Baskische organisatie Etxerat, die opkomt voor de rechten van Baskische politieke vluchtelingen en gevangenen, eist op 10 november een terugkeer van de 2000 Baskische vluchtelingen naar Baskenland. Een dag ervoor had de Britse regering een wet aangenomen die het mogelijk maakt voor IRA-vluchtelingen om naar Ierland terug te keren. Etxerat benadrukte dat als het politieke conflict in Baskenland wordt opgelost, ook de vluchtelingen weer een plek moeten krijgen in de Baskische maatschappij. De Basken, op de vlucht voor de repressie en vervolging van de Spaanse en Franse staat, zochten voornamelijk toevlucht in Argentinië, Uruguay, Venezuela, Panama, Cuba, Mexico, de Kaap-Verdische Eilanden en België. Veel van hen leven zonder burgerrechten, ‘van dag tot dag, zonder toekomst, wetend dat elk moment kunnen worden opgepakt en uitgeleverd aan Spanje’, aldus Estanis Etxaburu, woordvoerder van Etxerat.
Op 23 november kwam er op initiatief van de linkse nationalisten van Ezker Abertzaleak in het Baskische parlement een voorstel om ‘de Spaanse instellingen’ te vragen te stoppen met de ‘juridische en politieke vervolging’ van politieke partijen, vakbonden, media en andere organisaties. Ook wordt er gevraagd de ‘partijenwet’, die Batasuna tot op heden verbied, op te schorten. Alle Baskische partijen, inclusief de regerende PNV, steunen het voorstel. De PP en de PSE, dochterpartij van de PSOE in het Baskische parlement, zijn tegen.
Op 30 november vindt er in het Europees Parlement de oprichting plaats van een ‘Vriendengroep’ van Baskenland, die tijdens mogelijke onderhandelingen voor ‘steun’ en ‘transparantie’ moeten gaan zorgen. De groep, opgericht na de conferentie ‘Naar een vredesproces in Baskenland’, georganiseerd door het Nationaal Debat Forum, bestaat onder andere uit de Europarlementariers Mary Lou McDonald (Sin Féin), Bernat Joan i Mari (ERC) en Helmut Markov (SPD). Ook de Ierse priester Alec Reid is van de partij; hij speelde eerder een belangrijke rol in het conflict tussen de Britse regering en de IRA. Reid riep de PSOE-regering op om een aantal Baskische politieke gevangenen, die hun straf er reeds op hadden zitten, vrij te laten. De toegang tot de conferentie werd geweigerd voor Fernando Barrena omdat hij lid is van de verboden partij Batasuna, die ook op de EU-terreurlijst voor organisaties staat.
-
Repressie
Arnaldo Otegi, ex-parlementariër van de buiten de wet gestelde linkse politieke partij Batasuna, werd op 5 november tot 1 jaar cel veroordeeld wegens het beledigen van de Spaanse koning Juan Carlos. Otegi riep in de woede na de sluiting van de Baskischtalige krant Egunkaria, toen bleek dat redacteur Martxelo Otamendi gemarteld was, dat de Baskische president Ibarretxe ‘de koning van de folteraars’ niet moest ontvangen. Otegi hoeft niet meteen de cel in, er staan immers nog meer zaken tegen hem open, die behandeld kunnen worden nu zijn parlementaire onschendbaarheid is opgeheven. Zo zijn daar enkele beschuldigingen van ‘verheerlijken van terrorisme’ in verband met toespraken die Otegi hield op herdenkingsbijeenkomsten van omgekomen ETA-leden. En niet te vergeten de zaak van de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon tegen de Baskische volkskroegen, de Herriko Tabernas. De kroegen worden er door de Spaanse justitie van verdacht geld voor ETA door te sluizen en Otegi moest 400.000 borg euro neertellen om (voorlopig) niet in de gevangenis te hoeven belanden. Meest brisante is nog dat de Spaanse justitie Otegi ook wil vervolgen voor zijn toespraak tijdens de bijeenkomst op 14 november 2004 in het Anoeta-stadion in Donostia, waar een vredesvoorstel door Batasuna werd gedaan. Een jaar later is er nog weinig veranderd, zo lijkt het.
Op 14 november moesten alle aangeklaagden in het megaproces 18/98, tegen de Baskische onafhankelijkheidsbeweging, zich in Madrid melden om hun dagvaarding in ontvangst te nemen. Stuk voor stuk legitimeerden de aangeklaagden zich met de in Spanje niet geldige Baskische identiteitskaart. De 21e gaat het proces dan daadwerkelijk van start.
Slechts 3 van de 39 aangeklaagden waren afwezig, 1 omdat hij niet door Frankrijk werd uitgeleverd. De eerste beschuldigde, Txente Askasibar, verklaarde lid te zijn van KAS en dat hij kabeljauw verhandelde via IJsland naar Cuba. Toen zijn advocaat Kepa Landa het originele document wilde zien op basis waarvan zijn cliënt beschuldigd werd, kon dat na 15 minuten niet gevonden worden en werd de hele zitting de verdere dag geschorst.
Op de 2e procesdag geven alle aangeklaagden van die dag toe lid te zijn van de ‘verdachte’ organisaties; een zangkoor, een tijdschrift, een reisbureau en het volwassenenonderwijs AEK. Ze horen eisen tussen de 12 en 15 jaar tegen zich.
Op de 3e procesdag, op 29 november, was het de beurt aan de linkse Baskische krant EGIN, met wiens sluiting de zaak 18/98 een aanvang nam, in onze Euskal Herria Nieuwsbrieven vanaf 1998 aangeduid als ‘Garzonadas’ (zie het kopje Nieuwsbrieven elders op deze site). José Luis Elkoro, in 1976 een van de oprichters van de krant, verklaarde dat ze met zo’n 10 mensen elk 10.000 peseta bij elkaar legden om de krant mogelijk te maken, en dat er nog zo’n 24.000 donateurs volgden. Elkoro was van 1982 tot 1995 lid van de Administratieve Raad van Orain, de uitgever van EGIN en moest zich voor de rechter verantwoorden voor de directeurswissels. Eén van de aanklachten was immers dat ETA de directie samenstelde. Elkoro, ex-burgemeester van Bergara, ex-parlementariër van Herri Batasuna en ex-senator, zat al eerder 2 jaar in de gevangenis toen het bestuur van Herri Batasuna werd veroordeeld. Hij hoorde nu een eis van 48 jaar cel tegen hem geeist worden. Joxean Etxeberria, een andere verantwoordelijke voor EGIN hoorde de eis van 19 jaar cel. De zaal wordt ontruimd als Elkoro in zijn slotbetoog zegt dat hij wel contact heeft gehad met ETA, en wel in 1977, toen alle sectoren van Baskenland bij elkaar kwamen om 2 jaar na de dood van Franco te kijken hoe Baskeland weer op te bouwen.
-
ETA
Op 2 november gaat er in Zarautz een kleine bom af in een vuilnisbak bij een uitzendbureau. Een andere bom, bij een rechtbank, werd onschadelijk gemaakt door de Baskische regiopolitie Ertzaintza.
Op 13 november publiceert de Baskische krant GARA een verklaring van ETA over de dood van de Baskische politieke gevangene Altzuguren en geeft de politiek van verspreiding de schuld van diens dood. Ook de Baskische president krijgt ervan langs wegens medeplichtigheid, in zijn geval wegkijken.
Halverwege november ontploffen er kleine bommen van ETA bij een fietsenfabriek en een autodealer bij Gasteiz. Ook bij een wijnlokaal in La Rioja gaat een bom af; er worden stukjes pamflet gevonden waarin opgeroepen wordt om bedrijven te boycotten die weigeren de zogenaamde ‘revolutionaire belasting’ aan ETA te betalen.
In de laatste week van november duiken er dan berichten op in de Spaanse media over een communique van ETA gericht aan de ‘internationale gemeenschap’ (ambassades en andere organisaties), waarin de gewapende organisatie vraagt om ‘internationale bemiddeling’ om middels onderhandelen tot een oplossing van het politieke conflict te komen. De brieven werden echter onderschept door de Guardia Civil. Deze ‘internationalisering’ van het conflict door ETA kan de voorbode zijn voor een volgende stap (lees: afkondiging wapenstilstand) in het politieke conflict in Baskenland. Dagblad Trouw van 26 november maakt zich vooral boos dat ETA niets schrijft over de 856 doden die ETA op haar geweten heeft. Vorige maand berichtte het NRC over 850 slachtoffers van ETA, de maand daarvoor over 831. Het enige feit dat hier van belang is, is dat ETA sinds 2003 niemand meer heeft vermoord en dat volgens haar verklaringen en aanslagen sindsdien ook zo wil houden.
|