-
In Madrid wordt de Baskische politieke gevangene Jokin
Zubieta, in 2002 door de Franse autoriteiten aan de Spaanse
overgedragen, na Hoger Beroep bij het Spaanse
Hooggerechtshof vrijgelaten. Zubieta heeft 7 jaar in de
gevangenis gezeten.
-
Op 25 juni schorst onderzoeksrechter Baltasar Garzón van de
Audiencia Nacional alle activiteiten van de verboden Baskische
organisatie van gemeenteraadsleden Udalbiltza voor tenminste
een periode van 2 jaar, te verlengen naar 5 jaar. Ook het hele
vermogen van Udalbiltza wordt in beslaggenomen. Udalbiltza,
een organisatie die de eerste stap zette naar zelfbestuur, werd
eind april door Garzón verboden.
-
Op 29 juni demonstreren meer dan 5000 mensen in Iruñea tegen
komende overstroming van het gebied Irati-Tales in Naffaroa en
tegen de bouw van het stuwmeer bij Itoiz. De milieugroep
‘Solidarios con Itoiz’ kondigt verdere acties aan.
-
In Madrid worden op dezelfde dag de Baskische politieke
gevangenen José Félix Pérez, Gorka Arbulu and Rosi Arana na
2 jaar in ‘voorarrest’ te hebben gezeten, vrijgelaten. Voor deze
onrechtmatige straf kunnen ze geen genoegdoening krijgen, want
de 3 werden onder de ‘anti-terreur’-wetgeving gearresteerd.
-
Op 30 juni wijst in Gasteiz het Baskische regio-parlement in
vergadering wederom het bevel van de Spaanse autoriteiten om
de fractieleden van Sozialista Abertzalak uit het parlement te
verwijderen af, omdat ze daar geen rechtsmiddelen voor
hebben. In plaats daarvan besluit de vergadering de subsidies
voor de Sozialista Abertzalak te schrappen. Het Spaanse
Hooggerechtshof heeft op 19 juni verklaard dat de weigering
een zwaar vergrijp is tegen de Spaanse grondwet en dat er
maatregelen zullen volgen tegen de verantwoordelijken in het
Baskische parlement.
-
Bij de opening van een parlementair ‘nationaal’ debat haalt
premier Jose Maria Aznar fel uit tegen de plannen van de
Lehendakari (Baskische regiopresident) Juan Jose Ibarretxe
voor meer autonomie voor Baskenland. Met een beroep op
“nationale eenheid in het aangezicht van de terreur” stelde Aznar
dat “niemand kon wijzigen uit eigenbelang, wat we met zijn allen
hebben opgericht” (…) “het is een etnisch project” (…) en “dit
is de prijs die we moeten betalen voor het terrorisme” (…).
Verder zei Aznar dat met het verbod op de linkse Baskische
onafhankelijkheidspartij Batasuna “de democratische
waardigheid was hersteld en dat de verkiezingen van 25 mei een
nieuw tijdperk markeerden. De verkiezingen waren vrijer”. De
secretaris-generaal van de sociaaldemocratische PSOE Jose
Luis Rodriguez Zapatero was het met Aznar eens dat de
“nationale eenheid van Spanje voor alles behouden moest
blijven”.
-
Op 30 juni verschenen Santiago Arrospide Sarasola en Rafael
Caride Simon voor de Audiencia Nacional in Madrid voor de
brandaanslag in juni 1978 op een winkelcentrum in Barcelona
waarbij 21 mensen omkwamen en 45 mensen gewond raakten.
De aanklager wil een gevangenisstraf van 950 jaar voor elk.
ETA bracht na de aanslag een verklaring uit waarin de aanslag
een “zware vergissing” werd genoemd. Sarasola en Simon
werden uit de rechtbank verwijderd toen ze weigerden vragen te
beantwoorden. Sarasola, ook bekend als Santi Potros, werd in
1987 in Frankrijk gearresteerd en zat daar 13 jaar in de
gevangenis voordat hij in 2000 werd uitgeleverd. Hij is al tot
174 jaar veroordeeld wegens vermeende betrokkenheid bij
andere aanslagen. Simon werd ook in Frankrijk gearresteerd en
in maart 2000 uitgeleverd. Twee andere leden van het
‘Commando Barcelona’, waartoe ook Sarasola en Simon
zouden behoren, Domingo Torres en Josefina Ernaga werden in
1997 gearresteerd en veroordeeld tot 794 jaar gevangenisstraf.
Vorige week werd er in Barcelona een monument onthuld ter
nagedachtenis aan de slachtoffers. Sommige van hen hebben nog
steeds geen schadevergoeding ontvangen.
-
Op 1 juli begint in Madrid eindelijk het proces tegen Petra Elser,
de Duitse die in november 1996 samen met haar zoontje en haar
levensgevaarlijk gewonde vriend Juan Luis Agirre, in Parijs werd
gearresteerd. Ze werd daar wegens ‘lidmaatschap van een
criminele vereniging’ tot 30 maanden cel veroordeeld. Door een
Spaans uitleveringsverzoek bleef ze na het uitzitten van haar straf
nog eens 17 maanden in Frankrijk gevangen. Na haar vrijlating
leefde en werkte ze een jaar lang in Parijs, tot ze plotseling toch
aan Spanje werd uitgeleverd. Daar zat ze 19 maanden in Madrid
in ‘voorarrest’, waar de hoofdaanklacht in het
uitleveringsverzoek (“medeplegen van een poging tot een aanslag
van ETA”) werd ingetrokken, zodat enkel het ‘lidmaatschap van
een criminele vereniging’ bleef staan, waarvoor ze in Frankrijk al
berecht en veroordeeld was. Vanwege de dubbele
strafbaarstelling is het voor Madrid niet mogelijk haar hier
opnieuw voor te veroordelen, en dat bleek op 2 juli toen Petra
Elser werd vrijgesproken. Hiervoor zat ze dus 17 maanden in
Parijs in uitleveringsdetentie, en 19 maanden in Madrid in
‘voorarrest’. De openbaar aanklager wilde haar nog 8 jaar
opbergen, door de al eerder ingetrokken aanklacht van het
tweede uitleveringsbevel “medeplegen van een aanslag van ETA
op een bus met familieleden van militairen”, een 19-voudige
moordaanslag, weer van stal te halen. De rechter veegde dit
echter van tafel, en ook alle tussentijds ondernomen pogingen
van de advocaat van Petra Elser om een versnelde procedure te
volgen. Petra Elser werd niet direct vrijgelaten, maar eerst nog in
een cel van het gerechtsgebouw opgesloten, omdat “er nog
onderzocht moest worden of er geen andere strafzaken tegen
haar liepen”. Hiervoor was kennelijk de afgelopen drie jaar geen
tijd geweest.
-
Op 1 juli maakt de Ertzaintza, de Baskische regiopolitie, een
autobom in Bilbao onschadelijk. Er werd telefonisch voor de
bom gewaarschuwd door iemand die zei namens ETA te bellen.
Volgens het ministerie van Binnenlandse Zaken was de bom
bedoeld voor de Ertzaintza zelf en moest de bom afgaan tijdens
de ontmanteling. De Ertzaintza vonden ook een document dat
verklaarde dat zij het doelwit waren. Ook vonden zij de namen
Urko en Zigor op het explosief, een verwijzing naar Urko
Aranbarri en Zigor Gerrikabeitia, die in Bolueta (Bizkaia) in
augustus 2000 omkwamen.
-
Op 2 juli verklaart de woordvoerder van TAT, het Baskische
anti-folter comité, Iñigo Elkoro, dat het protocol wat was
aangenomen door de Baskische regio-regering, ter bijstand van
slachtoffers van de beruchte incommunicado-detentie, de
Baskische politie Ertzaintza “in staat stelt om verder te gaan
met martelen”. Op 17 juni had de Ertzaintza 6 mensen
gearresteerd wegens ‘straatgeweld’ en op 24 juni nog 2. Vier
dagen later verklaarden ze allemaal gemarteld te zijn en 1 van
moest zelfs 4 maal naar het ziekenhuis. Dit waren de eerste
getuigenissen van marteling sinds het protocol op 11 april werd
geïmplementeerd. Volgens Elkoro gebruikt de Ertzaintza andere
martelmethoden dan in het protocol moeten worden voorkomen,
ze gebruiken methodes die geen sporen achterlaten. Dus de
dagelijkse (overigens door de rechtbank aangewezen) bezoeken
van dokters halen niets uit. Eén van de dokters, Benito
Morentin, verklaarde: “Wij kunnen geen fysieke of psychische
marteling vaststellen die geen sporen nalaat. Maar dat wil niet
zeggen dat er dan dus geen marteling heeft plaatsgevonden”.
-
Sinds de eerste editie van het nieuwe Baskischtalige Dagblad
Berria uitkwam (op 21 juni), zijn er dagelijks 22.000
exemplaren verkocht. Dat is de hoogste score dat een
Baskischtalig Dagblad ooit heeft gehaald. Streefgetal is een
dagelijkse verkochte oplage van 25.000.
-
Op 4 juli protesteren overal in Baskische steden journalisten,
werknemers en sympathisanten tegen de wurgmaatregelen die
GARA dreigen de nek om te draaien, geprotesteerd. GARA
heeft verklaard de schuld van 5.1 miljoen Euro, die hen door de
Spaanse Sociale Verzekering in de schoenen wordt geschoven
als zogenaamde opvolger van het 5 jaar geleden gesloten linkse
Baskische Dagblad Egin, niet te betalen. Onderzoeksrechter
Garzón zou eigenlijk Real Madrid moeten sluiten, die een schuld
van 50 miljoen Euro achter zich aanslepen, en wel 25 miljoen
Euro uitgeeft voor de Engelsman David Beckman.
|