|
Op 2, 3 en 4 augustus bracht een delegatie van 5 meiden en 4 jongens van de internationalistische, links-nationalistische, socialistische Baskische jongerenorganisatie SEGI een bezoek aan Nederland. Dit leidde tot een ware mediahype en tot flink veel discussie in het Nederlandse actiewezen.
SEGI is één van de grootste en actiefste jongerenorganisaties in Europa en opgericht rond 3 peilers; onafhankelijkheid van Baskenland, socialisme en internationalisme. SEGI is anders dan eerdere jongerenorganisaties in Baskenland, die overigens inmiddels verboden zijn en op de EU-lijst voor terroristische organisaties staan; SEGI werkt in zowel het Spaanse als het Franse gedeelte van Baskenland aan de verbetering van de positie van jongeren. SEGI strijdt tegen de enorme werkloosheid onder jongeren in Baskenland, onderneemt actie tegen uitbuitende uitzendbureau’s (vorige jaar moesten zo’n 100 uitzendbureau’s haar deuren sluiten na acties van SEGI), strijdt voor betere rechten voor de jongeren die wel werken, geeft voorlichting over de gevaren van drugs (de Spaanse narco-staat verspreidt via de Spaanse politie drugs onder jongeren), is actief op het gebied van vrouwenrechten en feminisme, werkt aan een beter milieu, kraakt huizen tegen speculatie en de enorme hoge huurprijzen en dat alles tegen de achtergrond van het idee van een onafhankelijk en socialistisch Baskenland.
SEGI werd op 5 februari 2002 door de Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzón per decreet verboden; dat wil zeggen zonder proces, zonder bewijsvoering, zonder recht op verdediging. Huiszoekingen en arrestaties volgden, vreemd genoeg allemaal pas nadat op 27 december 2001 de 15 EU-lidstaten SEGI op de groepenlijst van terroristische organisaties hadden geplaatst. De beschuldiging door de Spaanse overheid wegens ‘betrokkenheid bij de wereld van ETA’ is doorgaans genoeg om organisaties (zoals SEGI, maar ook Gestoras pro Amnistia (een organisatie ter ondersteuning van Baskische politieke gevangenen)) en bijvoorbeeld kranten (zoals in februari dit jaar gebeurde met het Baskischtalige dagblad Egunkaria) bij voorlopige maatregel te sluiten en leden van die organisaties of redacteuren van die kranten te martelen en voor onbepaalde tijd op te sluiten.
Er kwam dus een heuse terreurorganisatie naar Nederland en het was de vraag hoe de Nederlandse autoriteiten daarop zouden reageren. De Nederlandse media deed er in ieder geval alles aan om hen tot actie aan te zetten; grote chocoladeletters in Dagblad Trouw en Het Parool over de ‘ETA-jongeren’ die ongestoord hun gang konden gaan en voor de stevige taal werden de Amsterdamse VVD’er Frits Huffnagel, de rechtsbuiten van het CDA Camiel Eurlings, de Spaanse ambassadeur in Nederland en een woordvoerder van de Raad van Europa ten tonele gevoerd, die allen vonden dat de activiteiten van SEGI (folderacties in Amsterdam en Nijmegen, demonstratie in Alphen a/d Rijn) verboden moesten worden en dat Nederland toch sneller de toevoegingen van bijvoorbeeld artikel 140 moest implementeren.
SEGI hield ondertussen een openluchtpersconferentie op zaterdag op de Dam in Amsterdam, waar de politie verbood om pamfletten uit te delen en blies de folderactie in Nijmegen af vanwege te verwachten problemen met de autoriteiten aldaar. Die avond werd tegelijkertijd in politiek cultureel centrum Vrankrijk in Amsterdam en in politiek café De Klinker in Nijmegen een informatieavond gehouden. Daar werd gediscussieerd met publiek en pers over de vraag of een onafhankelijk Baskenland de oplossing van de problemen daar was, over het geweld van ETA en het niet-veroordelen van SEGI daarvan, over internationale solidariteit etc. Op zondagavond ging de SEGI-delegatie demonstreren bij de Geniepoort in Alphen a/d Rijn, waar sinds enkele weken Alexander Akarregi, een Baskische politieke vluchteling, gevangen wordt gehouden. Spanje heeft inmiddels om zijn uitlevering gevraagd; in het kort is de beschuldiging ‘samenwerking met ETA’. Die demonstratie had eveneens een hoge persaandacht en verliep succesvol; Alexander kon ons zien en horen en wij zagen hem zwaaien en dansen in zijn cel.
SEGI hield ook ontmoetingen met allerlei groepen in Nederland; anti-globalisten, krakers, feministen en anarchisten en wisselde ervaringen uit en leerde hoe in Nederland de actiebeweging is georganiseerd en hoe zij praktisch te werk gaat. Dat was immers de bedoeling van de rondreis van SEGI, die verder ook nog Berlijn, München en Milaan aandeden. SEGI heeft laten zien dat zij zich, ondanks het verbod, ondanks de EU-terreurlijst, ondanks huiszoekingen, arrestaties, martelingen en de sluiting van hun lokalen, nog steeds kan organiseren en verder werkt aan haar projecten voor een onafhankelijk en socialistisch Baskenland. SEGI’s bezoek aan Nederland was in die zin creatief en inspirerend, voor de Nederlandse pers een reden om haar ware gezicht te tonen; subjectief en te allen tijde bereid tot politieke hand- en spandiensten aan een land dat marteling van politieke opposanten toestaat en toedekt.
Tot slot: De situatie in Baskenland, met een ongekend offensief van de Spaanse autoriteiten tegen de linkse Baskische onafhankelijkheidsbeweging, met tal van ‘verbodsuitvaardigingen bij voorlopige maatregel’ zonder enige juridische toetsing, met het eerste verbod op een politieke partij sinds de dood van Franco, met bijna 700 Baskische politieke gevangenen (meer dan ooit, zelfs dan onder Franco), een toename van marteling van vooral jeugdige Baskische arrestanten en een continuerende bommencampagne van ETA als antwoord daarop, vraagt meer dan ooit om een politieke oplossing van het conflict; in de visie van het Baskenland Informatie Centrum erkenning van het recht op zelfbeschikking van Baskenland.
|