|
Om Salaberria voor deze woorden te kunnen veroordelen moest het Hooggerechtshof van Baskenland wel een flinke hobbel nemen. Het Baskische parlement kent, zoals gebruikelijk in een democratie, parlementaire onschendbaarheid. De gedachte is dat het parlement de plaats van het vrije woord bij uitstek is. Zo is dat ook in het reglement van het Baskische parlement geregeld: parlementariërs kunnen niet worden vervolgd voor de door hun geuite mening in een debat.
Op 6 september wordt de Baskische parlementariër Jon Salaberria veroordeeld tot één jaar gevangenisstraf en zeven jaar schorsing wegens “verheerlijking van terrorisme”. Het delict vindt plaats tijdens een debat in het Baskische parlement op 12 april 2003. Tijdens dat debat stelde Jon Salaberria, parlementariër voor Batasuna, dat Baskenland een gemilitariseerd land is, dat de gewapende Spaanse en Franse krachten in de afgelopen jaren 16.000 mensen arresteerden, 5.000 mensen martelden, zeven mensen vermoorden op politiebureaus en zestien mensen in gevangenissen vermoorden. Volgens Salaberria is het duidelijk dat de Spaanse en Franse staat oorlog zoeken en dat de enige oplossing het uitoefenen van het zelfbeschikkingsrecht is. In zijn tweede termijn spreekt de parlementariër de woorden waarvoor hij veroordeeld zou worden: “Door de aard van het conflict te verdraaien zullen we nooit een oplossing vinden en u weet allen heel goed dat de gewapende strijd van ETA niet bedoeld is om een wil op te leggen. De gewapende strijd verdedigt de legitieme rechten van het Baskische volk.”
Het hooggerechtshof oordeelt evenwel dat wat Salaberria zei, “niet het geven van een mening is over een historische realiteit die onderwerp van kritiek kan zijn maar het geven van een positief oordeel met een opruiend karakter en het kiezen en bepleiten en vereenzelvigen met de thesis dat de gewapende strijd van de terroristische organisatie ETA onmisbaar is om het recht op zelfbeschikking te veroveren dat op andere dan gewelddadige actie niet te bereiken valt”. Volgens het Hof “overschrijdt men aldus de grenzen van het concept mening en wordt publiekelijk bekend gemaakt dat de voortgang van de gewapende strijd het enige en uiterste middel is om het door gedaagde gewenste effect te bereiken met welk effect gedaagde niet alleen sympathiseert maar waarmee hij zich, zonder enige twijfel, onomkeerbaar verbindt.” Bovendien redeneert het hof dat van onschendbaarheid geen sprake is omdat Salaberria “In plaats van het uiten van een mening een redenering tentoonspreidt over thema’s die nauwelijks of niet verbonden zijn aan de kern van het debat”.
Met andere woorden, de gedachte dat parlementaire onschendbaarheid voor elke uiting geldt is achterhaald. Het Hof kan immers beslissen dat wat een parlementariër zegt geen mening is, of onvoldoende op de kern van het debat betrekking heeft. In dat geval kan de onschendbaarheid opgeheven worden. Erger nog is dat het Hof zich daarbij niet gehouden acht aan de gemaakte opmerking zelf maar daar ook een hele theorie bij kan bedenken. Zo wordt in dit geval de enkele opmerking dat de gewapende strijd de uitdrukking van de verdediging van de Baskische rechten is uitvergroot tot een theorie waarin dit de enige effectieve strijdmethode zou zijn. Iets wat Salaberria toch echt niet gezegd heeft. Deze uitvergroting is noodzakelijk om de ware aard van de veroordeling te maskeren. Het is immers algemeen bekend dat ETA, naar eigen zeggen, een gewapende strijd voert voor erkenning van het zelfbeschikkingsrecht. De enige draai die Salaberria daar zelf nog aan gegeven heeft is dit zelfbeschikkingsrecht een legitiem recht van het Baskische volk noemen.
|