|
Op maandag 1 december vond er in Filmhuis Cavia in Amsterdam een film/informatie-avond met Josu Lopez Castañares, een voormalige Baskische politieke gevangene, die sprak over de politieke repressie in Baskenland, de situatie van de bijna 700 Baskische politieke gevangenen die over heel Spanje verspreid zitten en het politieke conflict in Baskenland. Garbiñe Eraso, persvoorlichter van het gevangenenondersteuningscollectief Askatasuna, sprak over de repressie tegen de Baskische politieke gevangenen en degenen die hen ondersteunen. Zo werd in oktober 2001 een mensenrechtenorganisatie die campagnes voert voor de terugkeer van gevangenen naar Baskenland door de Spaanse overheid zonder proces of bewijsvoering verboden en op de beruchte ‘EU-lijst voor terreurorganisaties’ geplaatst (Zie Nieuwsbrief nr. 13). Castañares zat 8 jaar en 10 maanden in Frankrijk gevangen op beschuldiging van ‘ETA-activiteiten’ en werd op 18 juli 2002, na een maand hongerstaking tegen zijn uitlevering, over de grens met Spanje gezet, waar hij werd vrijgelaten omdat de Spaanse overheid uiteindelijk geen zaak tegen hem had.
Op dit moment zijn er meer Baskische politieke gevangenen dan onder de fascistische dictatuur van Franco. Bijna 700 Basken zitten verspreid over Spanje, Frankrijk en Baskenland in de gevangenis; dit spreidingsbeleid, wat indruist tegen de eigen Spaanse wetten (die stellen dat een gevangene niet te ver verwijdert moet zijn van familie) is sinds 1978 praktijk van de Spaanse autoriteiten. “Als je de situatie met Nederland vergelijkt, dan zouden er hier zo’n 3.500 politieke gevangen vastzitten, “ aldus Josu. Gemiddeld zitten Baskische politieke gevangenen zo’n 600 kilometer van hun geboorteplaats, familie en vrienden verwijderd, in Frankrijk zelfs 800 kilometer. De Spaanse overheid wil hen zo extra straffen, hen isoleren, maar ook hun familie straffen. Ieder weekend moeten familieleden (om nog maar van advocaten niet te spreken) honderden kilometers heen en terug rijden, wat de laatste jaren bij verkeersongevallen aan maar liefst 13 mensen het leven heeft gekost. Daarnaast zijn er tientallen gewonden gevallen en kost het reizen handenvol met geld, en dat voor 40 minuten en soms minder visite-tijd. Garbiñe verteld: “Bij elkaar opgeteld reizen elke week Baskische familieleden 809.000 kilometer heen en weer, dat is 20 keer de wereld rond, en langer dan van de aarde naar de maan en terug. We praten dan over 2.724 Basken per week die deze reis maken…”. Josu: “Dat kost hen bij elkaar 10 miljoen euro”. De situatie van vrouwelijke Baskische politieke gevangenen is nog ernstiger; zij lijden nog meer onder de spreidingspolitiek omdat ze met minder zijn en dus makkelijker te isoleren. Daarnaast zijn vrouwengevangenissen gesloten afdelingen binnen mannenbajessen, zodat de vrouwen voor luchten en andere dingen afhankelijk zijn van wat de mannen doen. De situatie van zieke Baskische politieke gevangenen is een verhaal apart. Zij krijgen stelselmatig geen afdoende medische verzorging, waardoor eenvoudig te bestrijden ziektes uitzaaien tot dodelijke aandoeningen. De gevangenen krijgen geen toegang tot een vertrouwensarts en mogen geen medicijnen van buiten ontvangen (ook strijdig met de Spaanse en Franse wet): 20% van hen heeft oogproblemen, 11% kampt met huidaandoeningen, 13% met tandproblemen, 15% heeft TBC, 4% hepatites en 1 iemand is met het AIDS-virus besmet. Het treffendste voorbeeld is dat van Bautista Barandella; zijn dossier staat op onze site onder het kopje Documenten.
Josu: “Tot 1981 zaten Baskische politieke gevangenen in militaire gevangenissen, met politie als bewakers. Van 1982 tot 1986 werden ze opgesloten in Extra Beveiligde Inrichtingen met een militair regime, maar zonder politie als bewakers. Nu zit 54% van de gevangenen in het 1e graads regime, dat wil zeggen in de ‘gevaarlijkste’ categorie en 20% van de gevangenen zit in isolatie”. Het collectief heeft in elke gevangenis zijn eigen vergadering, waar gevangenen beslissen welke acties of maatregelen genomen moeten worden in hun specifieke omstandigheden. “Het collectief neemt ook vaak deel aan acties van andere gevangenen, solidariteit is uitermate belangrijk. De eisen van het collectief zijn echter zo specifiek, dat ze niet op alle gevangenen van toepassing zijn. Zo heeft het collectief een delegatie samengesteld om te onderhandelen met de Spaanse autoriteiten mocht dat nodig zijn en eisen zij hergroepering in gevangenissen in Baskenland,” verteld Josu.
Op 26 september 2003 kondigde het ‘Euskal Preso Politikoen Kolektiboa’ (EPPK), het Collectief van Baskische politieke gevangenen, (waar bijvoorbeeld ook Juanra lid van is) om hun rechten als gevangenen te verdedigen, een protestcampagne aan. Sinds de oprichting van de EPPK in 1978 doorliepen 3.500 Baskische politieke gevangenen het systeem in de Spaanse en Franse bajessen, waar zij gemarteld en mishandeld werden. Als eerste actie blokkeerden alle Baskische gevangenen in Franse en Spaanse gevangenissen hun cellen en weigerden te gaan luchten. Ze eisten overplaatsing naar Baskische gevangenissen en deelname aan het politieke proces in Baskenland. Het weekend daarop weigerden ze bezoek en hielden een ‘sit-in’ in de gevangenissen. Hun familie en vrienden reden in lange stoeten met auto’s van dorp naar dorp om de terugkeer van Baskische politieke gevangenen te eisen en de Spaanse verspreidingspolitiek aan te klagen. ‘Ik zal niet omkomen op de weg dit weekend’, stond er op een spandoek, refererend aan de 13 doden door verkeersongevallen onder bezoekers van gevangenen, die duizenden kilometers moeten reizen. Ook de moeder van Iñigo Makazaga, Rosa, sprak op het ‘Tribunaal’ namens de familieleden van 12 gevangenen in 7 gevangenissen in 6 landen overal ter wereld, tijdens een afsluitende bijeenkomst op het plein van het stadje Lasarte-Orio, waar in februari dit jaar de laatste dodelijke slachtoffers vielen op weg naar huis van een gevangenbezoek. Makazaga zit nog altijd vast in London, in de Belmarsh gevangenis, wachtend op zijn uitlevering aan Spanje. Ook andere Europese landen werken mee aan de repressie in Spanje; Frankrijk levert al sinds de jaren tachtig Baskische verdachten uit, en doet ook aan buiten-justitiële ‘overhandigingen’ van Basken die hun straf in de Franse bajessen hebben uitgezeten, Duitsland leverde onder andere recent Paulo Elkoro uit, Zwitserland Gabriele Kanze en Nederland Esteban Murillo in 2000 en Juan Ramon Rodriguez Fernandez dit jaar. Allen worden van ‘lidmaatschap van ETA’ of ‘medewerking aan ETA’ beschuldigd, zonder dat dit ooit bewezen is; de enige bewijzen zijn verklaringen van andere Baskische gevangenen die (wel bewezen) onder marteling tot stand zijn gekomen. Op dit ogenblik zit in Nederland Alexander Akarregi gevangen in Alphen a/d Rijn. Zijn zaak wordt momenteel door de Hoge Raad bekeken, waarna hij hoogstwaarschijnlijk op gezag van minister Donner van justitie aan Spanje uitgeleverd zal gaan worden (zie elders deze Nieuwsbrief).
Op 10 oktober bezetten 50 ex-gevangenen het kantoor van de PNV in Bilbo om te eisen dat de Baskische regering zich meer inzet om een einde te maken aan de politiek van verspreiding. Uiteindelijk werden de gevangenen van het collectief gestraft voor hun acties; elke dag dat het protest duurde 14 dagen in isolatie, en ook nog 7 weekenden erachteraan isolatie. In sommige gevallen is de opgelegde straf bij elkaar bijna 2 jaar. Daarnaast minder uren luchten en bezoek en bewakers traden in sommige gevangenissen zeer gewelddadig op. De gevangenen staan verder machteloos tegen de ‘kleine’ repressie; censuur of ‘verdwijnen’ van post, inkrimping van de lijst bezoekers, visites door de weeks zetten, het afschaffen van het ‘paartjes’-bezoek, het onmogelijk maken van studeren of cursus volgen aan de Baskische Universiteit, etc.
Door de algemene repressie van de Spaanse en Baskische autoriteiten tegen de links nationalistische beweging in Baskenland zien steeds meer Basken, vooral jongeren, zich genoodzaakt om te vluchten naar het buitenland; er zijn nu meer dan 2000 ‘bannelingen’. Iedere partij of beweging die zich inzet voor zelfbeschikking of onafhankelijkheid van Baskenland wordt illegaal verklaart, gesloten per decreet, zonder juridische toetsing of bewijzen. Enkel de verdachtmaking ‘behorende tot de wereld van ETA’ is voldoende in het Spaanse rechtssysteem. En als er wel een rechtszaak over een verbod op een organisatie is, zoals bij Batasuna, hangt dat van non-argumenten en niet-strafbare feiten aan elkaar. Zie hiervoor Euskal Herria Nieuwsbrief nr. 15.
Volgens cijfers van de Baskische gevangenenhulporganisatie Askatasuna werden in oktober dit jaar door Spaanse en Franse politie 47 Basken gearresteerd, waarvan er 28 later aangaven gemarteld te zijn gedurende hun detentie. In de gevangenissen van Brieva en Badajoz werd de lijst bezoekers teruggebracht tot 10 personen en op de laatste lijst mag niemand meer vervangen worden. Telefoneren is er verboden en in de gevangenis van Villena mag enkel Spaans worden gesproken met bezoek. In Ocana I vertrok een familielid 1 minuut te laat uit de bezoekersruimte en werd geschorst voor 6 maanden. Dit is slechts het topje van de ijsberg in de voortdurende repressie tegen de Baskische politieke gevangenen en hun familieleden.
De campagne voor de rechten van Baskische politieke gevangenen zal doorgaan met allerlei publiekelijke acties. Het BIC zal hierover blijven berichten en waar mogelijk participeren in acties en manifestaties. Op onze site vind je onder het kopje Gevangenen de meest actuele informatie over de toestand van de 8 gevangenen buiten Baskenland, Spanje en Frankrijk.
|