Politieke gevangene in Nederland; de zaak Alexander

Politieke gevangene in Nederland; de zaak Alexander Op Schiphol is op 8 juli de Bask Alexander Akarregi Casas aangehouden. Hij reisde op een vals paspoort richting Venezuela. De Spaanse justitie had een internationaal opsporingsbevel tegen hem uitgevaardigd; Alexander wordt ervan beschuldigd de auto te hebben gehuurd waarin op 23 september 2002 in Bilbao de twee Basken Odai Gallagara en Egoiz Gurruchaga om het leven kwamen toen de bom (vermoedelijk bedoeld voor een aanslag van ETA) in hun auto te vroeg explodeerde. Alexander werd door de rechter commissaris in Amsterdam voor 20 dagen in uitleveringsdetentie in de Koepelgevangenis te Haarlem geplaatst, maar werd al snel overgebracht naar de Geniepoort in Alphen aan de Rijn. Binnen 20 dagen diende de Spaanse justitie het officiële uitleveringsverzoek in bij het Nederlandse ministerie van justitie.

Alexander Akarregi was één van de 4 mensen die nu in Europa vastzitten op verdenking van ‘behorende tot de wereld van ETA’, zoals de Spaanse justitie dat formuleert; Paulo Elkoro zit in München in uitleveringsdetentie en heeft politiek asiel aangevraagd, maar werd in november uitgeleverd, Inigo Makazaga zit in London in de High Security prison Belmarsh nog wel te wachten op zijn uitlevering en de Catalaan Juanra is inmiddels ook uitgeleverd aan Spanje.

Zij zijn hoogstwaarschijnlijk de laatsten die onder de huidige wetsregels die gelden voor uitleveren van personen tussen EU-lidstaten, ‘behandeld’ zullen worden. Vanaf 1 januari 2004 zal immers het Europees Uitleveringsbevel van kracht worden, waar de hele juridische toetsing zal worden overgeslagen en mensen in principe direct uitgeleverd kunnen worden. Deze datum lijkt niet gehaald te gaan worden door allerlei technische redenen, maar dat die wet er komt staat als een paal boven water.

Hoe belangrijk zo’n juridische toetsing is bleek in de zaak van Juanra. Een Amsterdamse rechter liet hem vrij, na het broddelwerk van de Spaanse autoriteiten met de bewijslast. De suggestie dat er achter de schermen enorme Spaanse diplomatieke druk werd uitgeoefend is snel gewekt als blijkt dat deze, kennelijk te liberale, rechter wordt vervangen (één dag voor het proces ziek geworden) in de voortgang van het proces en Juanra weer achter slot en grendel verdwijnt.

In Frankrijk werd door een lokale rechtbank de uitlevering van twee Basken geweigerd omdat zij vreesden gemarteld te worden. Zij zijn niet de enige officiële instantie die er zo over denkt; de commissie ter voorkoming van marteling (CPT) van de Europese Raad heeft ook recentelijk weer een lijst met aanbevelingen aan de Spaanse staat overlegd, met maatregelen om marteling te voorkomen. Zo wil het CPT graag dat de zogeheten ‘incommunicado’- (totale isolatie van 5 dagen direct na arrestatie, dan worden de meeste mensen gemarteld) detentie wordt opgeheven; binnen justitie-kringen in Spanje wordt echter gedacht om de duur van de ‘incommunicado’ te verlengen naar een dag of 15.

Dit is maar een klein voorbeeld van hoe de Spaanse autoriteiten mensenrechten aan haar laars lapt. Een ander belangrijk voorbeeld is het opvoeren van verklaringen die anderen beschuldigen, maar die onder marteling verkregen zijn. Volgens het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens zijn zulke verklaringen ontoelaatbaar in rechtszaken. Desalniettemin baseert de Spaanse justitie zo ongeveer al haar bewijslast op zulke verklaringen. In de zaak van Juanra is dit ook het geval. Van de bijna 700 Baskische politieke gevangenen in Spanje en Frankrijk zit bijna 90% vast op zulke verklaringen.

Wij eisen dan ook dat alle EU-lidstaten uitleveringen aan de Spaanse staat opschorten voordat er een grondig onderzoek heeft plaatsgevonden naar bewijsvoering in uitleveringszaken, naar de omstandigheden in de Spaanse bajessen (waar volgens de VN-commissie voor de mensenrechten jaarlijks tientallen ‘aanvallen’ op politieke gevangenen worden uitgevoerd) en naar de situatie in Baskenland, waar jaarlijks tientallen, voornamelijk jongeren, slachtoffer zijn van marteling, maar waar de beulen vrijuit gaan.

Sowieso zijn wij van mening dat een politieke oplossing van het politieke conflict in Baskenland veel ellende zal schelen; laat de Basken zelf kiezen over hun toekomst, geef ze het recht op zelfbeschikking en een groot deel van de militaire politie Guardia Civil die in Baskenland is gestationeerd kan zich laten omscholen tot een functie bij bijvoorbeeld de plantsoenendienst. Nee, uiteraard is het zaak te kijken naar het hele politieke spectrum in de Spaanse staat, waar vervolging van anarchisten, krakers, actievoerende studenten, boeren, vissers etc. ongemeend hard en onrechtvaardig is en waar om de haverklap politieke constructies gebruikt worden om mensen jarenlang achter de tralies te zetten.

Op 23 september vindt voor de rechtbank in Haarlem de eerste zitting. Op 10 juli vaardigde de Spaanse justitie een arrestatiebevel tegen Akarregi en 2 andere Baskische jongeren uit: Akarregi wordt ervan beschuldigd de auto te hebben gehuurd waarin op 23 september 2002 in Bilbao de twee Baskische jongeren Odai Gallagara en Egoiz Gurruchaga om het leven kwamen toen de bom (vermoedelijk bedoeld voor een aanslag van ETA) in hun auto te vroeg explodeerde. Alexander zegt hier allemaal niks mee te maken te hebben.

Het Baskenland Informatie Centrum (BIC) voert een campagne voor Alexander Akarregi om te voorkomen dat hij wordt uitgeleverd aan Spanje; hij loopt daar grote kans om gemarteld te worden, wat volgens de mensenrechtencommissie van de Verenigde Naties zeer frequent voorkomt bij gevangenen die verdacht worden van sympathieën voor ETA en het Baskische onafhankelijkheidsidee. Vorig jaar werden tientallen zaken van Baskische arrestanten, voornamelijk jongeren, betreffende marteling (onder andere slaan, schoppen, uitputtende fysieke oefeningen, schijnexecuties, elektroshocks en de meest beruchte methode een zak (La Bolsa) om het hoofd tot het slachtoffer bijna stikt en flauwvalt) in onderzoekende behandeling genomen. Ook organisaties als Amnesty International (AI), de commissie ter voorkoming van marteling van de Europese Raad (CPT) en Human Rights Watch (HRW) rapporteren jaarlijks over marteling van Baskische arrestanten, de straffeloosheid van hun beulen en de justitiële willekeur met haar isolatiedetentie van 5 dagen en het voorarrest van 4 jaar. Ook de aanvallen van de Spaanse politie en bewakingspersoneel op Baskische politieke gevangenen worden steevast aangeklaagd.

De Spaanse staat houdt met deze methodes een gewapend conflict in Baskenland in stand; met een zelfs voor bijvoorbeeld Turkse begrippen ongekende definitie van ‘terrorisme’ worden alle Baskische organisaties en personen die actief zijn voor een onafhankelijk Baskenland aan de gewapende organisatie ETA gelinkt en zonder bewijs, proces of rechterlijke toetsing opgerold, gesloten, gemarteld en verspreid over gevangenissen in heel Spanje, gemiddeld zo’n 600 kilometer verwijderd van familie en vrienden. De Spaanse staat weigert steevast een referendum over Baskische onafhankelijkheid te houden en reageert met militaire middelen op het politieke conflict in plaats van te werken aan dialoog, verbetering van de mensenrechtensituatie en het recht op de uitoefening van het recht op zelfbeschikking van Baskenland te erkennen.

Nederland, als Europees partner van Spanje, zou moeten streven naar een politieke oplossing van het conflict in plaats van klakkeloos mee te werken aan de uitlevering van politieke vluchtelingen aan Spanje (zoals eerder in het geval Esteban Murillo in 2000 en de Catalaan Juanra). Nederland zou de zaak van Alexander Akarregi niet zuiver juridisch moeten bekijken, maar ook in het licht van de politieke vervolging in Spanje en Baskenland; anders betekent uitlevering medewerking en medeplichtigheid aan politieke repressie en politieke steun aan de vervolging van Akarregi, hoogstwaarschijnlijk resulteren in marteling en een oneerlijk proces.

Hier volgt het verslag van de rechtszitting; volgens de rechter zou Alexander de auto hebben gehuurd en ter beschikking hebben gesteld aan de 2 jongeren “wetende met wat voor doel deze gebruikt zou gaan worden” en zo hebben “samengewerkt met een gewapende bende”. Alexander zei tegen de rechter hier allemaal niks mee te maken te hebben: “Ik heb de auto niet gehuurd, kende die mensen niet, begrijp niet waarvan ik word beschuldigd en ben onschuldig”. De rechter constateerde verder dat aan de eisen van dubbele strafbaarheid, nodig in een uitleveringszaak, is voldaan; de ‘feiten’ waarvan Spanje Akarregi beschuldigd zijn ook strafbaar in Nederland. Nu deed de Officier van Justitie daar nog een schepje bovenop in haar pleidooi voor de rechtbank; Akarregi werd beschuldigd van “medeplichtigheid aan een ontploffing met de dood tot gevolg” (artikel 157 WvS) en “deelneming aan een criminele organisatie” (artikel 140 WvS).

Verder stelde de Officier van Justitie vast dat het delict niet verjaard was, dat tussen Spanje en Nederland een uitleveringsverdrag bestaat, dat de strafbaarheid van de ‘feiten’ minimaal een jaar gevangenisstraf bedragen (vereist in een uitleveringszaak) en dat Spanje het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) heeft ondertekend en ook de uitgangspunten van de Commissie ter voorkoming van Marteling (CPT) van de Verenigde Naties onderschrijft. En volgens de Officier van Justitie vervalt het gevaar op foltering of een oneerlijk proces doordat er door het ontkennen van Alexander Akarregi van een politiek delict geen sprake is.

De advocaat van Akarregi, Dhr. Koppe, stelt in zijn pleidooi ter discussie dat de beide omgekomen jongeren ETA-leden zouden zijn; dat wordt weliswaar beweerd door de Spaanse autoriteiten, maar nergens bewezen. Kennelijk is de combinatie van Bask-zijn en explosieven genoeg om “bij een gewapende bende gerekend te worden”. Verder stelt hij ter discussie of er volgens de Nederlandse wet wel van een dubbele strafbaarheid sprake is; de Spaanse autoriteiten beschuldigen Akarregi immers van “medewerking aan een criminele organisatie” terwijl de Officier van Justitie “deelname aan een criminele organisatie” hanteert, terwijl daar in Spanje een ander wetsartikel met een veel hogere strafmaat voor bestaat.

Het is dus vreemd dat de Spaanse autoriteiten dit artikel niet inzetten tegen Akarregi, en wel bijvoorbeeld tegen de 2 andere verdachten, wiens appartementsleutels werden gevonden in het autowrak en waar explosieven werden gevonden. Het lijkt er sterk op dat er nauwelijks een zaak is tegen Akarregi en bovendien is het huren van een auto niet strafbaar in Nederland, overigens nergens in de wereld. Dus de Haarlemse rechtbank zou de beschuldigingen van Spanje moeten onderzoeken en vragen om bewijzen hoe zij wisten dat Akarregi wist waarvoor de auto gebruikt zou gaan worden.

Mocht de Haarlemse rechtbank toch tot uitlevering van Akarregi besluiten dan vraagt Koppe om garanties dat Akarregi niet in ‘incommunicado-detentie’ wordt geplaatst teneinde het gevaar op folter te ontlopen. De Amsterdamse rechtbank had in de zaak Juanra, ondanks dat, net als in de zaak Akarregi, er in het uitleveringsverzoek die garanties staan genoemd, toch garanties aan de Spaanse autoriteiten gevraagd. Dat vervolgens de Hoge Raad dit bekrachtigd, maar de minister van Justitie Donner dit uit diplomatieke overwegingen niet durft te eisen van de Spaanse autoriteiten toont dat economische relaties ook in Nederland boven mensenrechten staan.

Koppe overlegde vervolgens rapporten van de Verenigde Naties, de Europese Raad, Human Right Watch en Amnesty International aan de rechtbank en weerlegde tot slot de opmerking van de Officier van Justitie die had gezegd dat het geen politiek delict betrof; Akarregi valt juist in de risicogroep door de beschuldigingen van de Spaanse autoriteiten aan zijn adres en heeft dus ernstig te vrezen voor foltering.

Op 7 oktober keurt de Haarlemse rechtbank het uitleveringsverzoek van Spanje voor Alexander Akarregi goed, zonder enig bewijs te hebben gezien, maar dat hoeft dan ook niet in een uitleveringszaak. De rechter vergiste zich nog even in het land waar Alexander aan uitgeleverd moest worden (Portugal? O nee, Spanje), en gaf de Minister van Justitie het advies mee om ‘bijzondere aandacht’ te geven aan het feit dat Alexander vreest voor marteling in Spanje. Waar die ‘bijzondere aandacht uit moest bestaan, werd niet duidelijk. Alexander heeft dan 2 weken de tijd om in hoger beroep bij de Hoge Raad te gaan en die procedure loopt inmiddels. Op zaterdag 18 oktober hebben 30 mensen gedemonstreerd voor zijn vrijlating bij de gevangenis in Alphen a/d Rijn.

We vragen mensen om de kaart die we hebben gemaakt voor Alexander op te sturen naar hun favoriete parlementariër of alvast naar Minister Donner of naar de Hoge Raad of naar een krant, je lokale dagblad of journalist waarvan je vind dat ze er aandacht aan moeten besteden. Het enige waar we Alexander mee kunnen helpen is openheid en publieke aandacht voor zijn zaak en aandacht voor het politieke conflict in Baskenland.

Ga terug naar index