| Petra Elser werd in 1996, samen met haar levensgevaarlijk gewonde, vermeende ETA-lid, Juan Luis Agirre Lete en in gezelschap van hun 1,5 jaar oude zoontje, in Frankrijk aangehouden. Daar werd ze in februari 2000, na 39 maanden voorarrest, wegens deelname aan een criminele vereniging tot 30 maanden gevangenisstraf veroordeelt. Op grond van een Spaans uitleveringsverzoek bleef ze echter in detentie, totdat het Franse gerechtshof bepaalde dat ze op 18 oktober vrij moest komen. Op 9 november 2001 werd Petra in Parijs weer gearresteerd en uitgeleverd aan Spanje.
Sindsdien zit ze in de gevangenis Soto del Real vlakbij Madrid. Ze wordt verdacht van 2 zaken; enerzijds de 19-voudige moordzaak, waar geen bewijzen voor zijn. Deze aanklacht is gebaseerd op een verklaring van een ETA-lid gedurende een ‘verhoor’ van de Guardia Civil en is inmiddels door de openbare aanklager verworpen. Deze zaak is er enkel bijgehaald om Petra uit Frankrijk uitgeleverd te krijgen. Anderzijds is er de aanklacht tegen Petra dat ze lid zou zijn van ETA. Petra heeft altijd ontkend deze organisatie te hebben ondersteund. Bovendien is ze in Frankrijk al veroordeeld voor deelname aan ETA, en kan ze dus niet opnieuw hiervoor worden veroordeeld.
In december 2001 werd er al door de advocaat van Petra, José Luis Galan, beroep aangetekend tegen beide aanklachten, volgens de wet had dat beroep binnen enkele dagen behandeld moeten worden. Maar door de vertragingstactieken van de Spaanse justitie kwam de zaak pas op 14 juni dit jaar voor. Petra had sowieso allang vrijgelaten moeten worden, haar zoontje woont in Baskenland en ze heeft ook werk daar, verder heeft ze nooit ondergedoken gezeten in Duitsland, Spanje of Frankrijk en heeft ze toen ze in Parijs werkte, zich altijd keurig aan haar meldingsplicht bij justitie daar voldaan. Kortom, geen enkele reden op vluchtgevaar.
Bij het ter perse gaan van deze Nieuwsbrief was de uitspraak over de verlenging van de detentie van Petra nog niet bekend.
|