VERBOD BATASUNA NABIJ

Vorige maand nam het Spaanse parlement met grote meerderheid een wet aan die er op gericht is een verbod van Batasuna, een naar onafhankelijkheid van Baskenland strevende politieke partij, te kunnen bewerkstelligen. De Spaanse autoriteiten loeren al jaren op een mogelijkheid Batasuna (of diens voorganger Herri Batasuna) te verbieden. In 1997 werd het gehele partijbestuur gevangen genomen wegens het vertonen van een video waarop ETA haar vredesvoorstel uitlegde. Na anderhalf jaar werd het vonnis in hoger beroep vernietigd en werd het partijbestuur weer op vrije voeten gesteld. Spaanse politici en juridische autoriteiten roepen al jaren dat er banden bestaan tussen ETA en Batasuna, nog sterker, dat ze een en dezelfde organisatie zijn. Nu dit nog nooit bewezen is bleek het lastig om Batasuna aan te pakken. Het enige dat bewezen kon worden is dat Batasuna dezelfde doelen nastreeft als ETA, onafhankelijkheid en socialisme, en dat Batasuna weigerde het geweld van ETA te veroordelen zolang het zelfbeschikkingsrecht van het Baskische volk niet wordt erkend. Dit standpunt was de Spaanse autoriteiten een doorn in het oog maar het was, ook volgens het Spaanse recht, niet strafbaar. Daar komt met de zojuist inwerking getreden 'Ley de Partidos' verandering in.

De wet op partijen vervangt de oude wet op partijen en voegt daar een aantal artikelen aan toe die overduidelijk bedoeld zijn om Batasuna te kunnen verbieden, al wordt de partij er zelf niet in genoemd. Volgens de wet moet een partij de waarden van de grondwet respecteren. Een politieke partij wordt verboden verklaard wanneer "haar activiteit de democratische beginselen schaadt". De wet noemt hier enkele voorbeelden van maar er lijkt bewust voor gekozen hier geen uitputtende opsomming van te maken: "het rechtvaardigen of verontschuldigen van aanslagen(...) het bevorderen of legitimeren van geweld als methode van het bereiken van politieke doelen (...) het aanvullen en politiek ondersteunen van het handelen van terroristische organisaties teneinde hun doel, de verandering van de grondwettelijke orde, te bewerkstelligen". In weer een volgend artikel worden deze voorbeelden nog concreter uitgewerkt. Onder bovengenoemd gedrag valt volgens de wet in ieder geval het met regelmaat op de kieslijsten zetten van mensen die wegens terrorisme veroordeeld zijn. Interessant is verder dat niet alleen het Openbaar Ministerie tot vervolging mag overgaan maar ook de regering, oftewel de Partido Popular van premier Aznar. Bovendien mag een partij reeds bij wijze van voorzorgsmaatregel worden opgeheven op het moment dat de vervolging aanvangt. Het voortbestaan van Batasuna wordt met andere woorden in de handen van haar grootste politiek tegenstander, de PP, gelegd. De PP heeft al laten weten dat het niet-veroordelen van een ETA-aanslag voldoende is om vervolging te starten (en daarmee de partij "voorlopig" te verbieden).

Het lijkt er op dat de tekst bewust vaag is gebleven en voor velerlei uitleg vatbaar is. Het is voor niemand duidelijk welk gedrag nu tot een verbod kan leiden en welk gedrag niet. Dit is ook de voornaamste reden waarom ook andere partijen, PNV, EA, IU, zich tegen de wet keren. Ook voor hen leidt de nieuwe wet tot rechtsonzekerheid: geen van de Baskische politieke partijen heeft de Spaanse grondwet ooit willen erkennen aangezien een van de te respecteren waarden uit die grondwet de eenheid van Spanje is. Zo grijpt de wet in bij legitieme politieke doelstellingen als de wens de grondwet te veranderen. Bovendien vinden velen het te ver gaan om een partij te verbieden enkel omdat deze weigert een aanslag te veroordelen, hierdoor zou een soort veroordelingsplicht ontstaan. Partijen als de PNV vinden dan wel dat deze veroordelingsplicht bestaat maar dat het aan de kiezers, en niet aan de Spaanse staat, is daar een oordeel over te vellen.

Naast inhoudelijke bezwaren tegen de wet worden er in Baskenland ook meer praktische bezwaren genoemd: of de Spaanse autoriteiten het nu leuk vinden of niet, een groot gedeelte (gemiddeld rondom de 15%) van de Baskische bevolking ondersteund Batasuna. Vele dorpen en steden worden door Batasuna bestuurd, in delen van Baskenland haalt Batasuna een absolute meerderheid van de stemmen. Het is simpelweg niet mogelijk om een zo groot deel van de bevolking haar stem te ontnemen zonder daarbij tot hevige onderdrukking over te gaan, of, zoals de woordvoerder van de PNV het zei: "als ze de parlementsleden van Batasuna uit het parlement willen komen halen zullen ze daar tanks voor nodig hebben". De nieuwe wet zal dan ook zeker leiden tot een verheviging van het conflict en de daarmee gepaard gaande maatschappelijke onrust in Baskenland. De breuk tussen Baskenland en Spanje lijkt er ook niet minder op te worden. De leider van de PNV, een partij die nog maar zes jaar geleden de nieuwe Spaanse regering door gedoogsteun mogelijk maakte, zei kortgeleden: "politieke oorlog dient met politieke oorlog beantwoord te worden (...) er is geen alternatief, we moeten in de tegenaanval gaan". Ook uit andere hoek kwam steun voor Batasuna: de katholieke bisschoppen van Baskenland schreven een open brief waarin ze de 'ley de partidos' hevig bekritiseerden. Volgens de brief zou de wet alleen maar tot meer sociale fragmentatie leiden en de vrede zeker niet dichterbij brengen. De brief werd ondersteund door enige honderden Baskische priesters. De Spaanse regering ging door het lint. De Baskische priesters werden van van alles en nog wat beschuldigd en de pauselijke nuntius werd op het matje geroepen. De nuntius noch het Vaticaan hebben zich evenwel over de kwestie willen uitlaten. Zo wel de algemene vergadering van Spaanse bisschoppen die de reactie van de regering onbegrijpelijk noemde. Op 15 juni demonstreerden naar schatting 80.000 mensen tegen de illegalisatie van Batasuna. Onder de demonstranten bevonden zich kopstukken van vele politieke partijen en organisaties. Uit een onderzoek door de Baskische regering is gebleken dat slecht 16 % van de Baskische bevolking voorstander is van de 'ley de partidos'.

Ga terug naar index