Recensie nieuw boek 'Zonen van Noach'

In "Zonen van Noach" laat Cees Zoon zien hoezeer het nationalisme het dagelijks leven in de deelstaat heeft ontwricht. Andersdenkenden wordt het leven onmogelijk gemaakt. De nationalistische, door rassentheorieën geïnspireerde politici behandelen de Spanjolen als tweederangsburgers. Maar het door de nationalisten aanbeden Baskenland is een verzonnen land"

Zo zet de achterflap de toon van het door Volkskrantcorrespondent Cees Zoon geschreven boekje over het Baskische nationalisme. Zoon maakt de toezeggingen op de achterflap niet waar. Daarvoor heeft hij een te makkelijk boekje geschreven. Zoon kraakt theorieën af die door niemand nog serieus genomen worden en concludeert daaruit dat Baskenland verzonnen is. En niet alleen is Baskenland verzonnen, het is volgens Zoon ook nog eens verkeerd verzonnen. Immers niet zeven maar slechts drie provincies hadden verzonnen moeten worden. En de nationalisten? Zij streven slechts een negentiende-eeuws raszuiverheidideaal na. Zoon verdraait de werkelijkheid in Baskenland op groteske wijze.
De door Zoon besproken theorieën en mythes zijn inderdaad eenvoudig weerlegbaar. Zo zal de gedachte dat de Basken rechtstreeks afstammen van Noach (die van de ark) door weinigen serieus genomen worden en ook de theorie dat de Basken rechtstreeks uit het paradijs komen treft dat lot. Er is dan ook niemand, ook niet in Baskenland, die vandaag de dag nog gelooft dat deze mythes echt waar zijn. Zoon moet te rade gaan bij schrijvers die al minstens honderd jaar dood zijn en noemt geen aanhangers. Slechts één van de door Zoon besproken theorieën over de oorsprong der Basken wordt ook vandaag de dag nog onderschreven: dat de Basken rechtstreeks afstammen van de Cro-Magnon. Daar kan Zoon wel lacherig over doen maar het tegendeel wordt door hem in ieder geval niet betoogd, laat staan aangetoond. Heeft Zoon dan, zoals de achterflap belooft, aangetoond dat Baskenland niet bestaat? Natuurlijk niet. Hooguit heeft hij aangetoond dat de oorsprong der Basken onbekend is. En die onbekendheid maakt mythevorming natuurlijk aantrekkelijk.
Zoon gaat de mist in door Baskenland als land af te schrijven zonder aan te geven wat hij onder “Land”verstaat. Wat zijn de criteria? Hoe beoordeel je of een land een land is? Wie mag dat eigenlijk beoordelen? Nee, Baskenland is nooit een moderne staat geweest. Zoveel is wel duidelijk. Maar moderne staten – zoals Spanje, om maar een willekeurig voorbeeld te noemen - bestaan natuurlijk pas enkele honderden jaren. Curieus is dat Zoon op enig moment wel degelijk aangeeft wat Baskenland tot Baskenland maakt: “Het Baskisch is zo belangrijk dat de taal de naam aan het land heeft gegeven. Euskadi, kort voor Euskal Herri, betekent niets anders dan het volk dat Euskara spreekt”. Daarbij moet ik wel opmerken dat het niet Euskal Herri maar Euskal Herria is en dat Euskadi daarvan geen afkorting is, maar een relatief nieuw woord dat door Sabino Arana is bedacht (zoals Zoon twee pagina’s verder zelf uiteenzet). Het Euskara kent slechts één woord voor Bask: Euskaldun, Baskischtalige. Baskenland is het land waar het Baskisch gesproken wordt, waar de Baskischtaligen leven.
Of toch niet… Bestaat de Baskische taal eigenlijk wel? Ook daar heeft Zoon zijn twijfels over. Weer worden tal van reeds lang overleden theorieën over de herkomst van het Baskisch afgeschoten. Weer wordt geen plausibel alternatief gegeven. Als de herkomst onbekend is zal de taal ook wel niet bestaan. En inderdaad, de Basken spreken volgens Zoon niet veel meer dan een jargon, door de nationalisten in het leven geroepen om hun anderszijn te accentueren. En het Batua is volgens Zoon niet het in de jaren zestig geüniformeerde Euskara maar de taal van Batasuna. Wie of wat het Euskara ook in het leven heeft geroepen, het is in ieder geval niet pluis. Want zelfs als het al niet Sabino Arana was die de taal min of meer heeft verzonnen, dan was het toch zeker wel de katholieke kerk die de taal aan het einde van de negentiende eeuw, toen iedereen in Baskenland volgens Zoon Spaans sprak, heeft ingevoerd om de kudde onwetend te kunnen houden. Hoe deze stelling zich verhoudt tot de stelling dat de katholieke priesters Euskara moesten leren om missieredenen - zoals de jezuïeten in Zuid-Amerika indiaanse talen leerden - zodat ze met de plaatselijke bevolking konden communiceren, blijft onduidelijk.
Zoon meent dat het Euskara als onderdeel van het nationalistische project positief gediscrimineerd wordt. Goed, in tegenstelling tot wat gebruikelijk was, wordt het Euskara niet langer onderdrukt - hoewel? De enige krant die geheel in Euskara verscheen is zonder duidelijke reden verboden en in grote delen van Baskenland – Naffaroa en Ipparalde - wordt het Euskara achtergesteld bij het Spaans - maar om nu te kunnen spreken van positieve discriminatie voert erg ver. Zoon voert overheidsfunctionarissen te berde die hun baan verloren omdat ze geen Euskara spraken. Zoon vertelt er niet bij dat deze functionarissen jaren de tijd hebben gekregen om de taal te leren, gratis cursussen aangeboden kregen en wat dat betreft precies wisten waar ze aan toe waren. Zoon gaat opnieuw niet in op de kern van de zaak. De Basken hebben de grondwettelijke plicht om Spaans te kennen en ‘slechts’ het recht om Baskisch te spreken. Het is daarbij uiteraard aan de overheid om dit recht te garanderen en daartoe dient zij minst genomen in het Euskara aanspreekbaar te zijn. Vandaar dat alle Basken in Zuid-Baskenland verplicht zijn Spaans te kennen terwijl slechts enkelen daarnaast ook verplicht zijn Baskisch te kennen. Het komt me voor dat eerder het Spaans positief gediscrimineerd wordt.
Tot zover Baskenland en de Baskische taal. Verzinsels of niet, zelfs Zoon erkent het huidige bestaan ervan. Over naar het conflict, of het ‘conflict’, zoals Zoon het consequent tussen aanhalingstekens zet. Zoon ziet namelijk helemaal geen conflict. Hij ziet slechts een nationalisme dat raszuiverheid nastreeft en daarbij etnische zuivering niet schuwt. Van een conflict is geen sprake, de nationalisten hebben slechts een vijand gecreëerd zoals alle nationalisten dat nu eenmaal doen omdat ze een vijand nodig hebben om hun wereldbeeld te rechtvaardigen.
Zoon citeert met name de oprichter van de PNV, Sabino Arana, om het racisme van het Baskische nationalisme aan te tonen. De gedachte is dat het Baskisch nationalisme vanaf dag één streefde naar raszuiverheid en dat sindsdien is blijven doen. Ook de aanslagen van ETA geven hier weer blijk van. Voordat ik daar dieper op inga signaleer ik eerst een storende factor in het werk van Zoon: Hij gooit het gehele Baskische nationalisme, zowel qua tijd als qua stromingen op een grote hoop en pikt daar vervolgens naar goeddunken uit. Zo koppelt hij uitspraken van Arana moeiteloos aan handelen van ETA om zo een beeld van een gewelddadige en racistische beweging te schetsen. Hoewel het Baskische nationalisme op een aantal punten terecht bekritiseerd kan worden ontstaat door de schrijfwijze van Zoon een onterecht beeld. Met evenveel gemak kan aangetoond worden dat het Baskisch nationalisme antiracistisch, socialistisch (zie daarover diverse ETA-verklaringen) en geweldloos (de PNV) is. Beide standpunten zijn onhoudbaar. Arana was een racist en ETA gebruikt geweld, maar ETA is niet racistisch en Arana voerde geen gewapende strijd.
Wanneer wij de door Zoon aangereikte grote hoop wat proberen te sorteren zien we dat met name de PNV er ideologisch van langs krijgt. Vele citaten van met name haar oprichter Arana worden er bij gehaald om de xenofobie, het aartskatholicisme en het antisocialisme van de PNV aan te tonen. Vervolgens haalt Zoon de kortgeleden afgetreden partijleider Arzalluz erbij die hamert op de biologische verschillen tussen Basken en Spanjaarden. De drogredeneringen zijn subtiel maar de conclusie dat de PNV een racistische/aartsconservatieve partij is blijft onjuist. Op een enkel citaat uit de jaren dertig slaat Zoon de gehele ideologische ontwikkeling gedurende van de PNV tussen Arana en Arzalluz over. Tijdens de burgeroorlog koos de PNV de zijde van de (Spaanse) republiek en vocht zij aan zij met de (Spaanse) communisten terwijl de PNV ook in de lange jaren na de burgeroorlog uitgesproken antifascistisch was. In recenter tijden vormde de PNV vele malen regeringen met de (Spaanse) socialisten. Naast de citaten van Arana en tijdgenoten kan Zoon dan ook enkel een aantal uitspraken van Arzalluz noemen. Maar zoals Zoon zelf al aangeeft is Arzalluz met name een aartsprovocateur die niets liever doet dan de Spaanse politieke kaste op de stang jagen. Door de jaren heen is het wijzen op procentueel afwijkende bloedgroepen daartoe een probaat middel gebleken. Hoewel dit wijzen op het anderszijn minst genomen onverstandig en enigszins ranzig is, is het daarmee nog niet direct racistisch, en daarom zegt Arzalluz het natuurlijk ook. Met een quasi onschuldig glimlachje: “het is toch gewoon zo? Dat mag ik toch wel zeggen?”. Maar daarmee is nog niet de hele PNV, laat staan het hele Baskische nationalisme, xenofoob en/of doordrongen van raszuiverheidsidealen.
Zoon signaleert ook xenofobie bij ETA. Zo zou deze organisatie in 1998 hebben opgeroepen tot sociale uitsluiting van andersdenkenden. Ik kan mij dit eerlijk gezegd niet voorstellen en kan mij van een dergelijke verklaring ook niets herinneren. Wel heeft de ETA er vanaf haar oprichting op gehamerd dat zij antiracistisch is, terwijl juist de zogenoemde “democratische partijen”, Baskische en Spaanse, in eind jaren negentig opriepen tot het maatschappelijk isoleren van de aanhang van de Baskische onafhankelijkheidsbeweging.
Hier wreekt zich het ontbrekende notenapparaat van Zoon. Welke verklaring van ETA wordt aangehaald is niet duidelijk, ook niet uit de lijst van geraadpleegde literatuur. Uit die lijst wordt overigens wel iets anders duidelijk. Hoewel het betoog van Zoon grotendeels is opgehangen aan citaten van Arana blijkt hij geen enkel werk van Arana daadwerkelijk geraadpleegd te hebben. De citaten zijn kennelijk tweedehands. De geraadpleegde literatuur is op een enkel boekje na in meer of mindere mate ideologisch getint en sterk antinationalistisch (anti Baskisch nationalisme wel te verstaan, een groot deel van de geraadpleegde literatuur is uitgesproken pro Spaans nationalisme). Een en ander verklaard wellicht de grote sprongen die in de geschiedenis gemaakt zijn en de vele citaten waarvan niet te achterhalen valt of ze juist zijn maar die die indruk in ieder geval niet wekken.
Zoon ontwaart zelfs een raszuiverheidsleer in het Baskische voetbal. Athletic Bilbao zou enkel met raszuivere teamgenoten willen spelen door alleen maar in baskenland geboren spelers aan te nemen. Dit is niet helemaal juist, Atheletic neemt alleen Basken aan maar om een Bask te zijn hoef je helemaal niet in Baskenland geboren te zijn, je moet er wonen. Dit heeft alles te maken met het tegengaan van commercialisering van het voetbal. De plaatselijke jeugd, zo is de redenering, moet de kans krijgen in het plaatselijke elftal te kunnen spelen zonder daarbij te hoeven concurreren met aangekocht talent van over de hele wereld. De voetbalclub moet in deze visie van het volk zijn. Een nobel streven dunkt mij. Maar de trainer van Athletic die deze visie uitspreekt bedoeld volgens Zoon “natuurlijk” van het eigen volk. De zoveelste ongefundeerde verdachtmaking. Tegelijkertijd worden incidenten als het doodsteken van een Baskische voetbalfan in Madrid afgedaan als gewoon voetbalgeweld, ondanks het feit dat de daad gepleegd werd onder het scanderen van anti-Baskische leuzen in een tijd waarin in Madrid een uitgesproken anti-Baskisch klimaat heerste.
Overigens is Zoon weinig zorgvuldig in zijn betoog. Hoewel hij te hoop loopt tegen xenofobie en het benadrukken van het anderszijn begint hij zijn boekje met de woorden: “Spanjaarden zijn onverbeterlijke ruziemakers”, om daar even later aan toe te voegen “Behalve dat Spanjaarden ruziezoekers zijn, hebben zij ook de reputatie dat zij arrogant zijn”. En zo gaat Zoon nog wel even door. Arzalluz had het niet beter kunnen zeggen.
De problemen die Zoon totnogtoe heeft beschreven - racistische bewegingen in een verzonnen land – bestaan bij nader inzien vooral in de Spaanse propagandamachinerie, waarvan de lijst van door Zoon geraadpleegde literatuur een mooie dwarsdoorsnede vormt. Anders wordt het wanneer Zoon de omstandigheden beschrijft waarin de Spaanse nationalisten in Baskenland moeten leven. Uitgebreid gaat Zoon in op het aantal mensen dat met een lijfwacht moet leven, het straatgeweld, bedreigingen aan het adres van journalisten, enzovoort. Dit is inderdaad een ernstige zaak en zeker geen fictief probleem. Maar de wijze waarop Zoon het bespreekt doet vermoeden dat er elk moment een soort burgeroorlog in Baskenland kan uitbreken, dat Baskenland een soort Belfast is, waar mensen gescheiden van elkaar leven, ja, volgens Zoon kan de Kale Borroka zelfs vergeleken worden met de Palestijnse Intifadah. Maar dat is toch echt overdreven.
Wat er is, is een uit de hand gelopen conflict. En dat conflict verdwijnt niet door het tussen aanhalingstekens te plaatsen. En of het aantal mensen dat met een lijfwacht ook overeenstemt met het aantal mensen dat echt iets te vrezen heeft van ETA valt nog te bezien. De propagandistische waarde van de slachtoffers van ETA werd met name door de Partido Popular goed begrepen. De ook door Zoon naar voren geschoven Baskische pastoor Larriaga is daarvan een goed voorbeeld. Dat hij het in politiek opzicht niet eens was met het overgrote deel van zijn kudde in het kleine dorpje Maruri is één ding, maar de inwoners van het dorpje stonden toch raar te kijken toen hij plots met twee lijfwachten ging rondlopen. De Spaanse media smulden ervan en menig foto van Larriaga met lijfwachten sierde de pagina’s van de kranten. Ten behoeve van de pro-ETA graffiti op de achtergrond moest men deze foto’s overigens een dorp verderop nemen. Van enige bedreiging door ETA is nooit gebleken, al zou de pastoor volgens de Guardia Civil op een doodslijst staan. ETA heeft, zo schrijft ook Zoon, nog nooit een aanslag gepleegd op een geestelijke. Larriaga zelf zoekt de bedreiging ondertussen in een huis aan huis brief van de plaatselijke PNV-burgemeester waarin deze kritiek op de pastoor uit. Niet ETA maar de burgemeester zou Larriaga bedreigen. Of zou Larriaga het gewoon niet meer kunnen vinden met de plaatselijke kerkgangers en op deze wijze zijn overplaatsing politiek uitbuiten? En nu ik toch vraagtekens aan het plaatsen ben zet ik die ook maar gelijk bij de exodus die volgens Zoon en de Spaanse media vanuit Baskenland plaatsvindt. Zo noemt Zoon Juaristi als voorbeeld van iemand die werd “weggepest” om vervolgens een baan als directeur van de nationale bibliotheek in Madrid te aanvaarden zogenaamd “Toen hij op het punt stond vrijwillig zijn hoogleraarschap op te geven”.
Met het voorgaande wil ik niet betogen dat er geen serieuze dreiging is. Het politieke klimaat in Baskenland is behoorlijk verziekt. Maar net zoals de Intifadah niet begrepen kan worden zonder uitleg over de Israëlische tanks, zo kan het geweld niet begrepen worden zonder de honderden arrestaties, verbodsverklaringen, showprocessen en martelingen te bespreken. De haat jegens de media kan niet begrepen worden zonder de rol te bespreken die deze media in het conflict hebben. Want de Spaanse media is menig hetze gestart die tot de arrestaties van vele Baskische activisten heeft geleid. Zoon beschrijft het geweld bovendien op het moment dat het conflict heviger was dan ooit en gaat er aan voorbij dat de Kale Borroka inmiddels allang over haar hoogtepunt heen is en dat ETA al een lange tijd geen aanslagen op gemeenteraadsleden of journalisten heeft gepleegd. Zoon laat recente vredesvoorstellen onbesproken. Die passen natuurlijk ook helemaal niet in zijn straatje. Want hoe valt het vermeende xenofobe karakter van de onafhankelijkheidsbeweging te rijmen met het feit dat Batasuna op dit moment de enige politieke partij in Baskenland is die het standpunt inneemt dat een politieke oplossing alleen bereikt kan worden als deze door alle politieke partijen, nationalisten en niet-nationalisten, gedragen wordt.
Zoon zoekt de oorzaak van het geweld in het streven naar een zuiver Baskisch ras en mist daarmee waar het wél om gaat: om een volk dat haar zelfbeschikkingsrecht erkent wil zien. En of dat volk ook nog een apart ras is interesseert niemand tegenwoordig ene zier. En is Baskenland een volk? Identiteit is subjectief, waar het om gaat is of de Basken zichzelf een volk vinden of niet. Of die mening nu op literatuur, geschiedenis, een eigen cultuur of op een eigen taal is gebaseerd, is niet relevant. De laatste enquêtes tonen aan dat maar 6% van de bevolking zich niet Bask voelt. 84 % voelt zich minstens zo Bask als Spaans en maar liefst 33% van de bevolking voelt zich überhaupt niet Spaans. Zelfbeschikkingsrecht is, in tegenstelling tot wat Zoon beweert, niet hetzelfde als onafhankelijkheid. Zelfbeschikkingsrecht is het recht van een volk om haar eigen politieke status te bepalen, met of zonder Spanje. Leest u het gezamenlijke artikel 1 van het Internationale Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten en het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten er maar op na. Wat hebben Basken nu eigenlijk nog te klagen? Zo vraagt Zoon zich in de inleiding van zijn boekje af. Ze hebben meer autonomie dan welke regio in Europa dan ook! Welnu, zij hebben niet het recht hun eigen toekomst te bepalen. En een onafhankelijk land is iets anders als een regio.

Ga terug naar index