Baskenland: vechtscheiding hangt in de lucht

Wordt Baskenland een tweede Noord-Ierland? Door het recent voorgestelde plan-Ibarretxe, dat neerkomt op een feitelijke afscheiding van de regio van Spanje, dreigt de eeuwenoude strijd tussen centralisten en regionalisten een explosief hoogtepunt te bereiken. Want Baskenland is geen homogene natie en het plan-Ibarretxe dwingt de bevolking tot een keuze tussen Spanje of Baskenland. De vrees bestaat dat de goedkeuring van het plan het begin zou zijn van een soort Noord-Iers conflict, waarin twee bevolkingsgroepen diametraal tegenover elkaar komen te staan.

Euskadi

Het conflict tussen centralisme en regionalisme is een constante in de Spaanse geschiedenis. In 1475 maakten de katholieke koningen Isabella van Castilië en Ferdinand van Aragón Spanje één, volgens het principe van één natie, één volk, één religie. De huidige regering in Madrid is de erfgenaam van dat centralistische, conservatieve en katholieke Spanje. Daartegenover staan sinds oudsher sterke regionale ambities, vooral in Catalonië en Baskenland. Vanaf de vroege Middeleeuwen regelden de Baskische stamhoofden het publieke leven volgens een eigen gewoonterecht. Na de annexatie van Baskenland bij het koninkrijk Navarra en vervolgens bij Spanje respecteerden de vorsten die vorm van zelfbeschikking, de zogeheten Fueros. Vanaf de negentiende eeuw werden de Fueros afgebouwd, tot ze in 1876 volledig werden afgeschaft. In 1936 herstelde de republikeinse regering de Baskische Fueros. Baskenland kreeg voor het eerst een autonome regering. Maar door de overwinning van Franco tijdens de Spaanse Burgeroorlog kwam daar algauw weer een einde aan. Tijdens zijn bewind zou Franco elke vorm van regionalisme onderdrukken. Na de dood van Franco en het herstel van de democratie definieerde de nieuwe grondwet van 1978 Spanje als een land van autonome deelstaten, waarbij elke deelstaat de eigen graad van autonomie kon bepalen. Die autonomie kreeg in Baskenland concreet gestalte in het Estatuto de Autonomía de Gernika, dat op 18 december 1979 bij referendum werd goedgekeurd. Het Statuut schonk Baskenland een eigen regering, parlement en president (de lehendakari , door het parlement gekozen) met grote bevoegdheid op het vlak van onderwijs, gezondheidszorg, cultuur, economie en infrastructuur. Op economisch vlak kreeg de autonomie een aparte invulling met het zogeheten Concierto económico, een meerjarig pact met de Spaanse overheid dat de verdeling van belastinggelden regelt. Het pact betekent dat de Baskische overheid zelf belastingen int en beheert. Baskenland beschikt ten slotte ook over een eigen politiekorps, de Ertzaintza, dat zevenduizend agenten telt.

Het Statuut van Gernika biedt de mogelijkheid om nog meer bevoegdheden van de centrale naar de Baskische regering over te dragen. De regerende Partido Popular heeft dat altijd halsstarrig geweigerd, zolang er niet is afgerekend met de terreurbeweging ETA. Ondanks het uitgebreide pakket van bevoegdheden hebben de separatistische partijen het Statuut van Gernika altijd verworpen. Het Statuut definieert Baskenland als een autonome gemeenschap binnen de Spaanse staat. De gematigde nationalisten van de regerende Nationalistische Volkspartij (PNV) hebben het nooit ondertekend, maar ze hebben het de facto wel bijna twee decennia gerespecteerd. Vandaag beschouwen ze het Statuut als voorbijgestreefd. Hun alternatief is het plan-Ibarretxe, dat Baskenland als een staat in vrije associatie met Spanje definieert.

POLITIEKE ORGANISATIE

De Baskische autonome gemeenschap -- Euskadi -- bestaat uit drie historische territoria: Gipuzkoa, met als hoofdstad Donostia (San Sebastián), Bizkaia, met als hoofdstad Bilbo (Bilbao) en Alava, met als hoofdstad Vitoria-Gasteiz. Elke provincie heeft een eigen regering en parlement (51 zetels) en is met elk 25 zetels vertegenwoordigd in het Baskische parlement (75 zetels) in Vitoria-Gasteiz.

Gipuzkoa en Bizkaia zijn kustprovincies, met een bergachtig landschap dat doorsneden wordt door diepe valleien. Tot de Industriële Revolutie was dit een land van kleine, besloten dorpen van vissers en boeren. De ontwikkeling van industrie en mijnbouw bracht migratie op gang, waardoor steden als San Sebastián en vooral Bilbao sterk groeiden. Bilbao is de economische motor van Baskenland. Bizkaia en -- vooral -- Gipuzkoa zijn de meest ,,Baskische'' territoria. Het radicale nationalisme leeft er sterker in de dorpen en kleinere steden dan in Bilbao of San Sebastián.

Alava is van oudsher een grensprovincie, de overgang naar het vlakke Spaanse binnenland. Alava is dunbevolkt en het minst nationalistisch van de drie provincies.

Voor nationalisten omvat Groot-Baskenland -- Euskal Herria -- ook Navarra, dat vandaag een aparte Spaanse deelstaat is. In Navarra is het Baskisch als officiële taal erkend, maar politiek staat het nationalisme er zwak. Ten slotte claimen Baskische nationalisten ook de Franse Baskische provincies Benaverre, Laburdi en Zuberoa.

TAAL- EN CULTUURPOLITIEK

Hoe Baskisch is Baskenland? Dat is een moeilijke vraag, waarop geen eenduidig antwoord bestaat. De autochtone Baskische bevolking is sedert de negentiende eeuw enorm aangegroeid met migranten uit alle delen van Spanje. Er zijn nationalisten met Spaanse namen, en niet-nationalisten met Baskische namen. Slechts een minderheid van de bevolking spreekt Baskisch.

De promotie van de Baskische cultuur, en vooral van de eigen taal, het Euskera, is daarom al 25 jaar een speerpunt in het beleid van de Baskische deelregering. Onder Franco was het verboden om Baskisch te spreken. Vandaag is Euskadi officieel tweetalig en voert de regering een intensieve campagne ter verbaskisering van de samenleving. Instrumenten daartoe zijn het onderwijs, radio en televisie, wetenschappelijk onderzoek en de Koninklijke Academie voor de Baskische Taal.

Toch blijft het Spaans dominant, zeker in de steden. Statistieken tonen aan dat bijna de volledige Baskische bevolking Spaans spreekt, terwijl iets meer dan een vierde (28%) het Euskera machtig is. Wel staat de grote meerderheid (81 procent) van de bevolking achter het principe van tweetaligheid. De kennis van het Euskera is het grootst in de kustprovincie Gipuzkoa (47%) en het kleinst in Alava (13%). In de deelstaat Navarra, waar het Euskera vanaf 1982 officieel erkend is, spreekt tien procent van de bevolking Euskera.

Critici als de Baskische schrijver-filosoof Fernando Savater waarschuwen dat de culturele verbaskisering gepaard gaat met politieke indoctrinatie. Het onderwijs zou jongeren opvoeden met een vijandbeeld van Spanje. Op die manier zou de gematigde regering de voedingsbodem creëren voor een extremer nationalisme.

POLITIEKE SPELERS

In het partijpolitieke landschap van Baskenland wordt de tegenstelling links-rechts doorkruist door die tussen nationalisten en niet-nationalisten. Natuurlijke bondgenoten zijn in Baskenland elkaars vijand, en vice versa.

NATIONALE PARTIJEN:

Partido Popular (PP): centrum-rechts-conservatieve regeringspartij. Op één na grootste partij in Baskenland. Weigert halsstarrig over meer autonomie te praten zolang de ETA niet is uitgeschakeld. Premier Aznar is een van de minst populaire politici in Baskenland.

Partido Socialista de Euskadi (PSE): De Baskische afdeling van de nationale socialistische partij PSOE. De PSE is de Baskische zaak genegen, maar binnen het grondwettelijke kader. Wil met het plan Más Estatuto de autonomie versterken.

PP en PSOE hebben een akkoord tegen de ETA en tegen elke vorm van separatisme, het plan-Ibarretxe inbegrepen.

Izquierda Unida (IU): coalitie van radicaal-linkse partijen. De Baskische afdeling steunt het onafhankelijkheidsstreven en maakt deel uit van de deelregering.

NATIONALISTISCHE PARTIJEN:

Partido Nacionalista Vasco (PNV): de grootste ,,volkspartij'' van Baskenland. De PNV werd in 1895 opgericht ter bescherming van de Baskische tradities tegen de invloed van socialisme, industrialisering en immigratie. De behoudsgezinde PNV evolueerde tot een christen-democratische partij, die inhoudelijk nauw aanleunde bij de nationale Partido Popular. De PNV heeft trouwens de eerste regering-Aznar parlementaire steun gegeven. De verhouding tussen PNV en PP verzuurde nadat de PNV in 1998 het principe van een onafhankelijk Groot- Baskenland had onderschreven. De PNV maakt vanaf 1980 deel uit van de Baskische regering. De PNV verwerpt samenwerking met de politieke arm van de ETA, maar houdt de deur open voor onderhandelingen en is ook gekant tegen de illegalisering van Batasuna. De Lehendakari, Juan José Ibarretxe, is de populairste politicus van Baskenland.

Eusko Alkartasuna (EA): linkse nationalistische partij die naar onafhankelijkheid streeft, maar het geweld veroordeelt.

Batasuna: opvolger van de partijen Herri Batasuna (Verenigd Volk) en Euskal Herritarok (Baskische Burgers). Het marxistische en separatistische HB werd opgericht in 1978 als de politieke arm van de ETA. Wegens die banden met de terreurgroep werd HB in 1997 verboden. Enkele maanden later werd Euskal Herritarok opgericht, dat na de verkiezingsnederlaag van 2001 is omgevormd tot Batasuna (Eenheid). Batasuna erfde het personeel en de ideologie van zijn voorganger, maar werd op zijn beurt in maart 2003 door het Spaanse Hooggerechtshof verboden. Daarvoor had de rechter Baltasar Garzón al vele met HB verbonden organisaties laten ontmantelen. De Europese Unie heeft Batasuna op de terreurlijst geplaatst. HB haalde bij de deelstaatverkiezingen van 1998 17 procent (14 zetels op 75) van de stemmen, dankzij een toen hoopgevende wapenstilstand van de ETA. Maar na de hervatting van het geweld verloor HB bij vervroegde verkiezingen in 2001 de helft van zijn kiezers en strandde op 10 procent (7 zetels). Het cijfer geeft een idee van het maatschappelijke draagvlak voor de ETA.

De woordvoerder Otegi noemde het plan-Ibarretxe “de bevestiging van hun gelijk na 24 jaar”, maar het is niet zeker dat de parlementsleden van het ontbonden Batasuna het voorstel ook zullen goedkeuren, wegens niet verregaand genoeg. In dat geval is er geen parlementaire meerderheid voor het plan- Ibarretxe.

ROL VAN DE ETA

In 1959 richtten radicale studenten Euskadi Ta Askatasuna (Euskadi en Vrijheid) op, als alternatief voor de in hun ogen te gematigde PNV. De ETA is marxistisch en beschouwt Baskenland als door Spanje bezet territorium. Hun eerste aanslag pleegden ze in 1961, de eerste doden vielen in 1968. In volle Franco-dictatuur kon de ETA in binnen- en buitenland op nogal wat sympathie rekenen. Het herstel van de democratie maakte van de vrijheidsstrijders terroristen. Ondanks de amnestie van 1977 en het Statuut van Gernika zette de ETA de gewapende strijd voort. Bloedige aanslagen met bomauto's eisten honderden slachtoffers.Vanaf de jaren negentig veranderde de ETA zijn strategie. Tot dan had de terreurbeweging het vooral gemunt op militairen en politiemannen. Nu zet de ETA de Baskische samenleving zelf onder druk, door politieke mandatarissen van nationale partijen (PP en PSOE) te vermoorden, terwijl jongerengeweld de straten terroriseert. Een groot deel van de Baskische bevolking leeft in angst. Achthonderd publieke figuren leven met een lijfwacht en tienduizenden gewone Basken worden door ETA-aanhangers uitgescholden, gepest of geïntimideerd. Velen van hen houden het in Baskenland voor bekeken en verhuizen.

De ETA houdt Baskenland vooral politiek gegijzeld. Voor de nationale Partido Popular biedt de terreur een excuus om elk debat over meer zelfbeschikking uit de weg te gaan. De Baskische democratische nationalisten worden door de ETA dan weer gedwongen tot een opbod in radicaliteit. De PNV was traditioneel een vrij ambigue partij: radicaal in zijn discours (bij monde van de voorzitter Xabier Arzalluz zelfs ronduit racistisch), pragmatisch in zijn beleid. Maar door de ETA kon de PNV nooit het politieke monopolie op het Baskische nationalisme claimen. Met het plan-Ibarretxe kiest de partij nu voor een radicalere koers. Tegenstanders verwijten de PNV dat de partij voor de druk van de ETA is bezweken.

STRIJD OM DE NATIONALISTISCHE STEM

De rivaliteit tussen het radicale en het gematigde nationalisme belet de vorming van een nationalistische meerderheidscoalitie in het Baskische parlement. Toch zijn daartoe pogingen geweest. In 1998 sloten HB, PNV-EA en IU het zogeheten Pact van Lizarra, dat het principe van een soeverein Groot-Baskenland onderschreef. In het Pact pleitten de partijen ook voor onderhandelingen met de ETA, dat daadwerkelijk een wapenstilstand afkondigde. Het akkoord was een initiatief van Herri Batasuna. De regering in Madrid reageerde sceptisch, maar niet afwijzend. De Baskische maatschappij stelde grote hoop in het Pact van Lizarra, wat zich uitte in een verkiezingsoverwinning van de nationalistische partijen in 1998. De coalitie PNV-EA kreeg parlementaire steun van HB. Maar het was een fragiele samenwerking, die de PNV weer verbrak nadat de ETA een socialistisch gemeenteraadslid had vermoord. De PNV heeft het onafhankelijkheidsprincipe van Lizarra niet meer herroepen.

Meteen is het dilemma van de PNV duidelijk. Een coalitie met Batasuna is uitgesloten door de band tussen Batasuna en de ETA. Maar als de partij zelf de separatistische stem wil winnen, moet ze haar programma radicaliseren. Het plan-Ibarretxe is daar de concretisering van. Was Lizarra nog een initiatief van HB (volgens de premissen van de ETA), dan heeft de PNV nu het voortouw genomen. Dat dat electoraal loont, bleek uit de laatste verkiezingsoverwinning, waarbij de PNV de helft van de zetels van HB binnenhaalde. De illegalisering van Batasuna is voor PNV een extra strategische meevaller.

HOOG SPEL

Velen vrezen dat Ibarretxe gevaarlijk spel speelt. Vooreerst is het idee van een Groot-Baskenland utopisch. Voor zover daar al een historische grond voor bestaat, is het uitgesloten dat Frankrijk ooit de afscheuring van drie provincies zou toestaan. Ook binnen die provincies is daar geen meerderheid voor te vinden. Hetzelfde geldt voor de Spaanse deelstaat Navarra. Als Ibarretxe zijn plan alvast al voor Euskadi doordrijft, breekt hij unilateraal met de Spaanse grondwet en het consensusmodel dat al 25 jaar de diepe historische tegenstellingen binnen het land overbrugt. De goedkeuring van het plan zou een feitelijke afscheiding betekenen. Maar het grootste risico schuilt binnen Baskenland zelf. Euskadi is geen homogene natie, maar een plurinationale gemeenschap. Het plan-Ibarretxe dwingt de bevolking tot een keuze tussen Spanje of Baskenland, en drijft daarmee de polarisering van de samenleving ten top. Destijds werd het Pact van Lizarra voorgesteld als een begin van oplossing naar het voorbeeld van het vredesproces in Noord- Ierland. De vrees bestaat dat het plan-Ibarretxe net het begin van een soort Noord-Iers conflict zou zijn, waar niet een fanatieke minderheid de meerderheid terroriseert, maar waar twee bevolkingsgroepen diametraal tegenover elkaar staan.

Maar Ibarretxe heeft nog enkele uitwegen. Hij heeft zijn plan geen wetsvoorstel genoemd, maar een ,,voorstel''. Als voorwaarde voor het debat eist hij bovendien een geweldloze sfeer. Het is maar de vraag of de ETA daarop zal ingaan. Belangrijk: hij heeft de stemming uitgesteld tot het najaar van 2004. Dan zijn de nationale parlementsverkiezingen achter de rug en zijn de politieke krachtsverhoudingen in Madrid misschien gewijzigd. Hoewel de PSOE het plan-Ibarretxe verwerpt, zijn de socialisten wel bereid tot grondwetsaanpassingen om de regionale autonomieën te versterken.

De Standaard 29/11/2003

Ga terug naar index