Persbericht, 16 november 2005
Universiteit Brussel; Wie is Baltasar Garzon?

De Spaanse onderzoeksrechter Baltasar Garzon werd op 16 november 2005 benoemd tot ‘doctor honoris causa’ aan de Universiteit van Brussel kreeg hij een diploma "voor de verdediging van de rechten van de mens". Er zijn veel elementen die onderzocht hadden moeten worden, voordat er zo’n beslissing genomen kon worden, zodat er niet een beslissing genomen zou worden die moeilijk terug te draaien is.

In het Spaanse juridische systeem speelt het Nationaal Gerechtshof (Audiencia Nacional), een uitzonderingsrechtbank en rechtstreekse navolger van de Rechtbank van Nationale Orde uit de periode Franco, een belangrijke rol. Het Gerechtshof is opgericht om, bijna exclusief, alle misdaden gerelateerd aan gewapende organisaties en politieke dissidentie te behandelen. Het gevolg hiervan is dat dit Gerechtshof regelmatig zaken behandelt met grote politieke relevantie en veel media-aandacht. Dit legt een dusdanige (politieke) druk op de rechters van het Hof dat er nauwelijks gesproken kan worden over absolute vrijheid van handelen en onafhankelijkheid van dit Hof.

We zullen proberen de echte taken van Garzon binnen dit Hof te definiëren. Is hij echt een rechter? Dat is twijfelachtig als we zijn taken vergelijken met het juridische systeem in België: Garzon doet het misdaad-onderzoek, verzamelt alle bewijzen over de misdaad en stuurt dit naar een rechtbank waar een en ander publiekelijk onderzocht wordt in een rechtszaak. In deze positie zou hij gewoon een openbaar aanklager zijn.

Maar hij heeft zichzelf eens te meer als een almachtige rechter laten zien, met de mogelijkheid om zowel op internationaal als op nationaal niveau met volle kracht te acteren. Hij heeft een wereldwijde campagne gevoerd die hem als de sleutelfiguur in de antiterroristische strijd in Baskenland presenteerde. Hij heeft honderden zogenaamde terroristen naar de gevangenis gestuurd, hij heeft talloze Baskische organisaties verboden verklaard en zo de Europese Lijst van Terreurorganisaties doen groeien. En hij is ook nog de zelfverklaarde kampioen van de mensenrechten. Laten we bij dit aspect even bij stilstaan.

Garzon heeft zaken van terreurverdachten behandeld, waarin de verdachten aangaven gemarteld te zijn geweest tijdens de verhoren. Hij heeft de getuigenissen van verdachten die in de beruchte ‘incommunicado’-detentie (isolatiedetentie) zaten aangehoord zonder een spier te verrekken. Een voorbeeld; Harkaitz Melchor Hoces werd gearresteerd op 15 november 2002 en verdween voor 4 dagen ‘incommunicado’. Voor Garzon getuigde ze dat ze op het politiebureau van de Guardia Civil martelingen ondergaan had en ze vertelde hoe de eveneens beruchte ‘Bolsa’, een plastic zak, over haar hoofd werd getrokken om haar op de rand van verstikking te brengen. Verder werd ze constant geslagen en seksueel misbruikt. De forensische doctor had opgetekend dat Harkaitz ademhalingsmoeilijkheden had opgelopen door de ‘behandeling’ en raadde opname in het ziekenhuis aan. Garzon reageerde niet.

Deze zaak is recent aangebracht bij het Hof in Straatburg wegens het gebrek aan een snel en onafhankelijk onderzoek. De verklaring die bij Harkaitz werd afgedwongen was beschuldigend voor hem en andere personen.

Verder, in het rapport aan de Spaanse regering betreffende het bezoek van 17 en 18 januari 1997 aan Spanje door het Europese comite ter voorkoming van marteling en inhumane en vernederende behandeling, het CPT, staat het volgende over de zaak Jesus Arcauz Arana; “In een vonnis van 14 februari 1997 noteerde de dienstdoende rechter als eerste de opmerking van de openbaar aanklager ‘dat er niet het geringste bewijs is van de mishandeling van Jesus Arcauz Arana’ en de conclusie luidt vervolgens ‘het niet bestaan van een overtreding in de mishandeling van Arana’ en dat ‘de internationale regels en aanbevelingen van het CPT om iedere mogelijkheid op marteling of mishandeling te beperken, zijn gerespecteerd’. Er is een tegenstelling tussen de verklaringen van de CPT en die van Garzon; het CPT bevindt de verklaring van Arcauz ‘gedetailleerd en coherent’. Wat heeft Garzon te verbergen?

De meeste aandacht kreeg Garzon echter toen hij diverse Baskische organisaties op sociaal, politiek en cultureel gebied, en zelfs Baskische kranten, die op een volkomen publieke, legale en transparante manier tot ongeveer 1998 werkten, ging vervolgen. In dit jaar ging Garzon de wet anders interpreteren en hanteerde vanaf toen het argument dat verscheidene Baskische organisaties een geïntegreerd onderdeel vormen, of lid zijn van een gewapende bende. De theorie van Garzon is dat een breed spectrum van dissidente groeperingen, die het Spaanse grondwettelijke systeem bekritiseren, allemaal onderdeel zijn van de structuur van ETA, en/of in haar dienst staan, en dat iedereen in die bewegingen ‘terrorist’ is.

De Spaanse staat heeft in de 25 jaar na de Franco dictatuur deze organisaties gewoon laten functioneren. Maar plots werd alles anders. Daden die voorheen crimineel gezien irrelevant omdat ze werden gezien als onderdeel van politieke kritiek en de slag der ideeën.

Er zijn geen wapens, geen explosieven, geen slachtoffers, geen vernieling van eigendommen, geen verbanden met gewapende organisaties. Meer dan 200 journalisten, maatschappelijke en politieke activisten, mensenrechtenactivisten, advocaten, mensen die betrokken zijn bij gemeenschapswerk, internationale solidariteit en Baskische cultuur zijn veroordeeld tot tientallen jaren in de gevangenis, sommigen zitten al jaren in voorarrest, zonder ooit een rechtszaak te hebben gehad. Daarbovenop is de beschuldiging van Garzon voor sommige organisaties al voldoende om op de EU-terreurlijst voor organisaties te worden geplaatst. Een verzoek van de betreffende staat dat de organisatie in kwestie ‘onder onderzoek is geplaatst’ is immers al voldoende om in de lijst te worden opgenomen.

Er is geen mogelijkheid om in beroep te gaan tegen de opneming in deze lijst, terwijl de schade die wordt toegebracht aan de reputatie van getroffen organisaties navenant is. En er is meer.

De rechtszaak tegen de Baskische jongerenorganisaties Jarrai-Haika-SEGI startte op 2 februari 2005, waarbij 29 jonge activisten beschuldigd werden van terrorisme. Na 3 maanden besloot de Audiencia Nacional tot het geven van minimum-straffen van 2 tot 3,5 jaar aan 24 leden van die organisaties voor de misdaad van het betrokken zijn bij een ‘illegale vereniging’ en verklaarde dat de jongerenorganisaties geen ‘terroristische organisatie’ is. De theorie van Garzon werkte niet. Maar heeft deze beslissing enige verandering in de situatie van Jarrai-Haika-SEGI op de EU-terreurlijst opgeleverd? Nee. Sommigen beschuldigden zaten trouwens langer in voorarrest dan de lengte van de uiteindelijk opgelegde gevangenisstraffen.

Op 21 november begint een andere rechtszaak, maar met dezelfde grondslag, deze keer tegen 59 Baskische burgers. De vertrappeling van civiele en politieke rechten is duidelijk. De activiteiten van Baltasar Garzon zijn duidelijk in tegenspraak met de uitoefening van vrijheid van meningsuiting en organisatie. Zijn werk wordt sterk beïnvloedt door politieke belangen, die zijn objectiviteit vertroebelen.

Brussel, 16 november 2005

Ga terug naar index