De zaak Esteban Murillio Zubiri

Esteban Murillo Zubiri werd op 8 Januari 1999 op schiphol gearresteerd omdat hij in het bezit was van een vals paspoort. Na enkele weken vroeg Spanje om zijn uitlevering: Murillo zou zijn auto hebben uitgeleend voor een aanslag door een ETA-commando en zelf ook lid zijn van dit commando. Murillo ontkent niet zijn auto te hebben uitgeleend maar zegt niet geweten te hebben waarvoor deze zou worden gebruikt, hij ontkent ETA-lid te zijn.

Murrillo was sinds de Franco-tijd actief als medewerker van de Baskisch-nationalistische vakbond LAB. In deze hoedanigheid werd hij verscheidene keren gearresteerd en gemarteld: in 1975, 1977, en 1983. In geen van deze gevallen werd tot vervolging over gegaan. In 1986 werden vele Baskische vakbondsmedewerkers en politici gearresteerd, tijdens de verhoren werd vaak naar Murrillo gevraagd. Nadat bleek dat hij van dichtbij gevolgd werd en telefonisch en schriftelijk werd bedreigd besloot hij dat er reden was om voor zijn vrijheid en zelfs zijn leven te vrezen.

Murrillo vluchtte in ‘86 naar Frankrijk. In datzelfde jaar werden er voor hem belastende verklaringen afgelegd door gearresteerde ETA-leden: hij zou zijn auto hebben uitgeleend aan een ETA-commando. De auto zou gebruikt zijn bij een moordaanslag. Volgens de Spaanse justitie zijn leden van het Naffaroa-commando vanuit Murrillo’s huis vertrokken in zijn auto. vervolgens hebben ze een auto gestolen. Met die auto zijn ze naar het huis van een politie-agent gegaan. Nadat zij deze hadden doodgeschoten zijn de leden van het commando weer naar Murrillo’s auto gereden en daarin overgestapt.

In 1990 vluchtte Murrillo uit vrees voor uitwijzing door Frankrijk naar Mexico. Daar werd hij in 1991 gearresteerd. Spanje verzocht om uitlevering op grond van moord. Mexico beschouwde Murrillo echter als een politiek vluchteling en weigerde uit te leveren. Nadat ook Mexico over ging tot het actief uitwijzen van Baskische vluchtelingen kwam Murrillo naar Nederland.

Op 24 Augustus deed de Haarlemse rechtbank uitspraak in de uitleveringszaak tegen Esteban Murillo. Ze veegde daarbij alle argumenten van de verdediging van tafel en besliste dat Murillo gewoon uitgeleverd kon worden. De verdediging kondigde aan in cassatie te gaan.

De verdediging voerde aan dat het enige bewijs dat Murillo lid zou zijn van ETA de verklaring is van een van de gearresteerde daders. Deze heeft die verklaring later echter weer ingetrokken en gezegd dat ze de verklaring alleen onder marteling heeft afgelegd en dat deze onjuist was. De Haarlemse rechter oordeelde echter dat het niet aan hem was om over het bewijs te oordelen...dat moest de Spaanse rechter maar doen.

Het argument dat de moordaanslag een politiek delict was wordt ook door de rechter van tafel geveegd. Volgens hem kan van een politiek delict geen sprake zijn omdat Murillo ontkent, ook het feit dat de aanslag door ETA gepleegd is zegt volgens de rechter niks over het politieke karakter van de aanslag nu geen verband is aangetoond tussen de moord en de onafhankelijkheidsstrijd.

Ook werd door de verdediging aangevoerd dat uitlevering ontoelaatbaar is omdat de kans groot is dat Murillo gemarteld zou worden. Dit argument werd niet alleen kracht bijgezet door talloze raporten van mensenrechtenorganisaties maar ook door Murillo´s levensgeschiedenis zelf. Murillo was vroeger een van de leiders van de naar onafhankelijkheid strevende vakbond LAB. In die hoedanigheid is hij driemaal gearresteerd en gemarteld (in 1973, 1977, en 1983). Daarnaast hebben alle medeverdachten van de moordaanslag verklaard te zijn gemarteld. Het feit dat Murillo al eerder was gemarteld was volgens de rechter echter niet relevant: “Niet is aangevoerd of aannemelijk geworden dat de arrestaties van de opgeeiste persoon in 1973, 1977 en 1983 en de daarop beweerdelijk gevolgde mishandelingenverband hielden met de feiten die ten grondslag liggen aan het uitleveringsverzoek. Anders dan de verdediging heeft betoogd staan bedoelde mishandelingen dan ook niet in de weg aan de toelaatbaarverklaring van de verzochte uitlevering”. Nu de zaken zo liggen vindt de rechter dat niet hij maar de minister moet beslissen over het gevaar van marteling.

De minister moet volgens de rechter ook beslissen over het gevaar dat Murillo zal worden vervolgt op grond van zijn politieke overtuiging of dat hem een slechte behandeling te wachten staat op grond van het feit dat hij een Bask is. De uitspraak in cassatie wordt eind April verwacht. Indien ook de cassatierechter uitlevering toelaatbaar acht moet uiteindelijk de minister van justitie de laatste beslissing nemen.

Ga terug naar index