Utrecht, 22 mei 2003
Opinie-artikel

Aanstaande zondag vinden in Spanje verkiezingen plaats voor de gemeenteraad en provinciale staten. Voor het eerst sinds 1978 mogen daarbij niet alle politieke partijen meedoen. De Baskische politieke partij Batasuna is op 27 maart jongstleden ontbonden door het Spaanse gerechtshof. In de eerste week van mei werden ook het kiezersplatform AuB en honderden plaatselijke kiezersplatformen op last van het gerechtshof, en in tweede instantie van het Spaanse constitutionele hof, van de kieslijsten verwijderd, omdat zij opvolgers van Batasuna zouden zijn. AuB heeft aangegeven toch aan de verkiezingen te zullen deelnemen, desnoods met eigen kiesformulieren. Verkiezingsbijeenkomsten van AuB worden nu dagelijks door de politie uiteen gejaagd en men is op een grootscheepse jacht naar de alternatieve kiesbiljetten. Batasuna werd bij de vorige gemeenteraadsverkiezingen de op één na grootste partij van Baskenland.
Het is verbazingwekkend dat maatregelen van overheidswege die op een dusdanig wijze ingrijpen in de democratie zo weinig stof doen opwaaien in Europa. Natuurlijk heeft een partij als Batasuna alle schijn tegen. Al jaren wordt ze afgeschilderd als politieke tak van ETA en als xenofoob en haatzaaiend. En natuurlijk kan een politieke partij ook in een democratie verboden worden wanneer zij strafrechtelijk verboden doelen nastreeft of strafrechtelijk verboden middelen hanteert om haar doelen te bereiken. Zo werd in Nederland bijvoorbeeld de extreemrechtse partij CP '86 verboden.
Dat hiermee uiterst terughoudend moet worden omgegaan spreekt voor zich. De Spaanse overheid heeft deze terughoudendheid evenwel niet betracht en aan het verbod liggen ook geen strafbare feiten ten grondslag. De manier waarop Batasuna wordt afgeschilderd is bovendien in strijd met de werkelijkheid. De partij is xenofoob noch haatzaaiend en onderhoudt, voor zover bekend, geen banden met ETA. Vandaar dat ik op de bres spring voor zowel Batasuna als voor een ieder die de democratie in Baskenland én Spanje een warm hart toedraagt.
Voor alle duidelijkheid schets ik kort de achtergrond. Batasuna streeft naar een socialistisch, democratisch en onafhankelijk Baskenland. Batasuna hoopt dit te bereiken door middel van een politieke dialoog tussen alle partijen - dus ook de Spaansgezinde - in Baskenland waarbij uitgegaan wordt van het zelfbeschikkingsrecht van de Baskische bevolking. Batasuna ziet een dergelijke dialoog als de enige effectieve manier om het geweld waarmee het politieke conflict in Baskenland gekenmerkt wordt te doen eindigen. Een verklaring waarin dit standpunt wordt onderschreven door een meerderheid van Baskische politieke partijen en vakbonden leidde in 1998 tot een wapenstilstand van ETA. De Spaansgezinde partijen weigeren evenwel een dergelijke dialoog aan te gaan. Het zijn met name laatstgenoemde partijen die van Batasuna verlangen dat ook zij het ETA-geweld veroordeelt. Batasuna weigert dat omdat zij dit als meehuilen met de wolven in het bos beschouwt. Aan het verbod op Batasuna liggen, zoals gezegd, geen strafbare feiten ten grondslag maar een nieuwe 'Wet op de Partijen'. De wet is zo geformuleerd dat Batasuna als vanzelf onder de verbodsbepalingen valt en bevat zulke vage gronden voor een verbod als: "het aanvullen en politiek ondersteunen van het handelen van terroristische organisaties teneinde hun doel, de verandering van de grondwettelijke orde, te bewerkstelligen". Kort na inwerkingtreding van de wet dienden zowel de regering als het openbaar ministerie een aanklacht tegen Batasuna in. Uiteindelijk liggen twintig door het Hof bewezen verklaarde feiten aan het verbod ten grondslag. Het gaat grotendeels om reacties van woordvoerders van Batasuna op het mogelijke verbod en de sluiting van haar partijkantoren afgelopen zomer waarin Spaanse regeringsleiders en rechters voor fascistisch en antidemocratisch worden uitgemaakt. Onder de feiten bevindt zich ook de weigering van Batasuna om de aanslagen van ETA te veroordelen.
Het verbod op Batasuna is een democratische rechtstaat onwaardig. Het verbod is gegrond op gelegenheidswetgeving waarbij eerst besloten is wie verboden moet worden en daarna pas op welke gronden. Door het uiten van politieke standpunten - of het nalaten daarvan - als het "aanvullen en politiek ondersteunen" van terroristische organisaties te betitelen wordt het verboden om openlijk dezelfde doelen als ETA na te streven. Dit terwijl niet de politieke doelen van ETA doch diens methoden verwerpelijk (en strafbaar) zijn. Dit kan en mag in een democratie dan ook niet tot een verbod leiden, ongeacht wat men van deze politieke doelen vindt. Ten slotte is de manier waarop regering, parlement, openbaar ministerie en rechterlijke macht in deze kwestie hebben samengewerkt uiterst dubieus. Met name voorafgaand aan het verbieden van AuB was de politieke druk vanuit de Spaanse regering op de rechterlijke macht onaanvaardbaar groot.
Het is evident dat de enige duurzame oplossing van dit conflict van vrijwel elk conflict - gelegen is in dialoog. In plaats van de dialoog aan te gaan kiest Spanje er voor Batasuna en vele andere maatschappelijke organisaties en kranten te verbieden en daarmee een groot deel van de Baskische bevolking zonder politieke keuze te laten. Een oplossing door dialoog lijkt momenteel dan ook verder weg dan ooit.

Baskenland Informatie Centrum (BIC)

Ga terug naar index