Verslag rechtszitting Alexander Akarregi Casas 23/9 2003 Rechtbank Haarlem

Alexander Akarregi Casas, een jonge Baskische politiek vluchteling, werd op 8 juli op doorreis naar Nicaragua op Schiphol door de Marechaussee gearresteerd. Op 10 juli vaardigde de Spaanse justitie een arrestatiebevel tegen Akarregi en 2 andere Baskische jongeren uit: Akarregi wordt ervan beschuldigd de auto te hebben gehuurd waarin op 23 september 2002, exact 1 jaar geleden, in Bilbao de twee Baskische jongeren Odai Gallagara en Egoiz Gurruchaga, volgens het Spaanse uitleveringsverzoek lid van ETA, om het leven kwamen toen explosieven die zij in hun auto vervoerden te vroeg explodeerden. Volgens de rechter zou Alexander de auto hebben gehuurd en ter beschikking hebben gesteld aan de 2 jongeren “wetende met wat voor doel deze gebruikt zou gaan worden” en zo hebben “samengewerkt met een gewapende bende”.

Alexander zei tegen de rechter hier allemaal niks mee te maken te hebben: “Ik heb de auto niet gehuurd, kende die mensen niet, begrijp niet waarvan ik word beschuldigd en ben onschuldig”. De rechter constateerde verder dat aan de eisen van dubbele strafbaarheid, nodig in een uitleveringszaak, is voldaan; de ‘feiten’ waarvan Spanje Akarregi beschuldigd zijn ook strafbaar in Nederland. Nu deed de Officier van Justitie daar nog een schepje bovenop in haar pleidooi voor de rechtbank; Akarregi werd beschuldigd van “medeplichtigheid aan een ontploffing met de dood tot gevolg” (artikel 157 WvS) en “deelneming aan een criminele organisatie” (artikel 140 WvS).

Verder stelde de Officier van Justitie vast dat het delict niet verjaard was, dat tussen Spanje en Nederland een uitleveringsverdrag bestaat, dat de strafbaarheid van de ‘feiten’ minimaal een jaar gevangenisstraf bedragen (vereist in een uitleveringszaak) en dat Spanje het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) heeft ondertekend en ook de uitgangspunten van de Commissie ter voorkoming van Marteling (CPT) van de Verenigde Naties onderschrijft. En volgens de Officier van Justitie vervalt het gevaar op foltering of een oneerlijk proces doordat er door het ontkennen van Alexander Akarregi van een politiek delict geen sprake is.

De advocaat van Akarregi, Dhr. Koppe, stelt in zijn pleidooi ter discussie dat de beide omgekomen jongeren ETA-leden zouden zijn; dat wordt weliswaar beweerd door de Spaanse autoriteiten, maar nergens bewezen. Kennelijk is de combinatie van Bask-zijn en explosieven genoeg om “bij een gewapende bende gerekend te worden”. Verder stelt hij ter discussie of er volgens de Nederlandse wet wel van een dubbele strafbaarheid sprake is; de Spaanse autoriteiten beschuldigen Akarregi immers van “medewerking aan een criminele organisatie” terwijl de Officier van Justitie “deelname aan een criminele organisatie” hanteert, terwijl daar in Spanje een ander wetsartikel met een veel hogere strafmaat voor bestaat.

Het is dus vreemd dat de Spaanse autoriteiten dit artikel niet inzetten tegen Akarregi, en wel bijvoorbeeld tegen de 2 andere verdachten, wiens appartementsleutels werden gevonden in het autowrak en waar explosieven werden gevonden. Het lijkt er sterk op dat er nauwelijks een zaak is tegen Akarregi en bovendien is het huren van een auto niet strafbaar in Nederland, overigens nergens in de wereld. Dus de Haarlemse rechtbank zou de beschuldigingen van Spanje moeten onderzoeken en vragen om bewijzen hoe zij wisten dat Akarregi wist waarvoor de auto gebruikt zou gaan worden.

Mocht de Haarlemse rechtbank toch tot uitlevering van Akarregi besluiten dan vraagt Koppe om garanties dat Akarregi niet in ‘incommunicado-detentie’ wordt geplaatst teneinde het gevaar op folter te ontlopen. De Amsterdamse rechtbank had in de zaak Juanra, ondanks dat, net als in de zaak Akarregi, er in het uitleveringsverzoek die garanties staan genoemd, toch garanties aan de Spaanse autoriteiten gevraagd. Dat vervolgens de Hoge Raad dit bekrachtigd, maar de minister van Justitie Donner dit uit diplomatieke overwegingen niet durft te eisen van de Spaanse autoriteiten toont dat economische relaties ook in Nederland boven mensenrechten staan.

Koppe overlegde vervolgens rapporten van de Verenigde Naties, de Europese Raad, Human Right Watch en Amnesty International aan de rechtbank en weerlegde tot slot de opmerking van de Officier van Justitie die had gezegd dat het geen politiek delict betrof; Akarregi valt juist in de risicogroep door de beschuldigingen van de Spaanse autoriteiten aan zijn adres en heeft dus ernstig te vrezen voor foltering.

Sympathisanten en vrienden van Alexander Akarregi waren als steun op de publieke tribune aanwezig en zullen zich voor zijn zaak blijven inzetten. De Haarlemse rechtbank doet op 7 oktober uitspraak.

Ga terug naar index